IPO over kabinetsvisie jeugdzorg: stelselwijziging zonder oplossing van gebleken knelpunten
26-04-2010 – Het kabinet is onlangs met een visie gekomen over de zorg voor jeugd en gezin. De vraag is wat de status van deze visie is, omdat het Kabinet demissionair is, er verkiezingen in aantocht zijn en een nieuwe Tweede Kamer en het nieuwe Kabinet de koers voor de toekomst van de jeugdzorg zullen uitzetten. Daarop zouden we kunnen wachten. Tegelijk vinden we de kabinetsvisie zo zorgwekkend, dat we het beter achten wel te reageren.
De provincies hebben zich de afgelopen jaren zeer ingespannen om de jeugdzorg, althans dat deel waar zij over gaan, op een hoger plan te brengen: door inhoud te geven aan het recht op jeugdzorg, de doorlooptijden te verkorten, professionele methodieken in te voeren, meer jeugdigen tegen dezelfde middelen te helpen, de effectiviteit van de jeugdzorg te vergroten, enz.
De provincies zijn er niet per se op uit zelf over de jeugdzorg te kunnen blijven gaan, maar zijn er wel zeer op gebrand dat als er veranderingen worden aangebracht, er voldoende garantie bestaat dat daarmee de jeugdzorg werkelijk verbeterd wordt ten behoeve van jeugdigen en hun ouders/verzorgers. Het gaat dan, zoals uit de evaluatie van de Wet op de jeugdzorg blijkt, vooral om inhoudelijke verbeteringen.
Het kabinet stelt echter een zeer ingrijpende stelselwijziging voor, zonder dat daarmee de noodzakelijke verbeteringen worden gegarandeerd. De pregnantste knelpunten, zoals die blijken uit de evaluatie van de wet, worden niet opgelost en de winst van de afgelopen jaren dreigt teniet te worden gedaan.
Wel bevat de kabinetsvisie elementen waar de provincies zich achter kunnen stellen: versterking van preventie, vereenvoudiging van de indicatiestelling, meer vormen van ambulante hulp overhevelen naar de Centra van Jeugd en Gezin (CJG's; een gemeentelijke verantwoordelijkheid), vermindering van de bureaucratie, meer ruimte voor de professional, enz.Uitkomsten van het evaluatieonderzoek
Het evaluatieonderzoek maakt duidelijk dat met invoering van de Wet op de jeugdzorg en onder verantwoordelijkheid van de provincies belangrijke verbeteringen in de jeugdzorg zijn gerealiseerd:
- de vraag van de cliënt is veel centraler komen te staan;
- de ene toegang is gerealiseerd voor zover het de integratie betreft van vrijwillige toegang, Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, jeugdbescherming en jeugdreclassering, maar niet waar het gaat om de integratie van de toegang tot provinciale jeugdzorg, jeugd-LVG en jeugd-GGZ
- de indicatiestelling is kwalitatief verbeterd;
- integratie en samenhang vrijwillig kader en justitieel kader is gerealiseerd;
- verbeteringen in de jeugdbescherming zijn aangebracht (Beter Beschermd, Deltaplan gezinsvoogdij, Samenwerking in de keten);
- de doorlooptijden zijn sterk teruggedrongen;
- er worden meer cliënten tegen dezelfde middelen geholpen;
- de verbetering van de aansluiting tussen de bureaus jeugdzorg met de CJG's en de ZAT's is in volle gang;
- de samenwerking tussen gemeenten en provincies is verbeterd.
Daar staat tegenover dat de evaluatie ook duidelijk maakt dat aanpassing in het huidige stelsel van jeugdzorg en lokaal jeugdbeleid noodzakelijk is om de centrale doelstellingen van de wet volledig te realiseren:
- integrale toegang tot het provinciale zorgaanbod, de jeugd-LVG en de jeugd-GGZ en integraal zorgaanbod van deze drie sectoren alsnog te realiseren;
•- te strakke indicatiestelling voor met name ambulante jeugdzorg;
•- te gedetailleerde in plaats van een meer globale indicatiestelling;
•- onvoldoende omvang van ambulante zorg op het snijvlak van vrij toegankelijke en geïndiceerde jeugdzorg;
•- vragen bij de wijze waarop het recht op jeugdzorg is vormgegeven;
•- de juiste prikkels tussen de verschillende financieringssystemen ontbreken.
Eerder hebben de provincies in de IPO-position paper Jeugdzorg al kenbaar gemaakt achter veranderingen te staan die jeugdigen en ouders direct ten goede komen. De provincies staan pal achter de inzet van het kabinet om de preventie (gemeentelijke verantwoordelijkheid) te versterken en maximaal gebruik te maken van de mogelijkheden die er bij gezinnen, familie en kennissen bestaan om zelf het hoofd te bieden aan de problemen. Een trendbreuk is nodig om de groei in de vraag naar gespecialiseerde jeugdzorg te beperken, zodat deze voor jeugdigen die daarop zijn aangewezen, voldoende beschikbaar blijft. De huidige praktijk van indicatiestelling moet worden vereenvoudigd, onder meer door de wettelijke eisen hieraan te vereenvoudigen en meer vormen van ambulante jeugdhulp kunnen naar de Centra voor Jeugd en Gezin (gemeenten). Ook is van belang dat de bureaucratie wordt verminderd en er meer ruimte komt voor professionals om hun werk naar eigen inzicht te doen.
vervolg van dit artikel via 26-04-2010: IPO over kabinetsvisie jeugdzorg: stelselwijziging zonder oplossing van gebleken knelpunten – Interprovinciaal Overleg (IPO).