Geplaats op 20 Jun 2019

In transformatietrajecten en innovatie initiatieven stuit je nogaleens op weerstand. Mogelijke weerstanden hebben we in struikelblokken opgenomen die overeenkomen met onze bouwstukken. De kunst is om je energie niet te verliezen in de struikelblokken, maar juiste energie te krijgen door verbindingen in bouwstukken (puzzelstukken) die veranderprocessen versterken. (klik op de onderstaande afbeelding voor vergroting)

Als innovator is het belangrijk om eerst met de groep early adapters te starten. Op basis van de opgedane ervaring en de resultaten wordt de groep die meegaat in de verandering uitgebreid. Zie ook grafiek van de innovatietheorie van Rogers onderaan deze pagina.

innoveren-struikelblokken-en-puzzelstukken

Wij ervaren zelf ook dat dit zo werkt met de ontwikkeling van HetBegintBijMij. Zes jaar geleden starten we met een aantal enthousiaste mensen (innovators). Nu zijn we alweer een aantal jaar bezig met de doorontwikkeling samen met een aantal organisaties en professionals (early adapters). En tegelijkertijd worden steeds meer organisaties en professionals enthousiast en doen mee…. langzaam we schuiven op naar de early majority. Het vraagt om volhouden, het vieren van successen en veel gedrevenheid.

Grafiek innovatietheorie van Rogers

De Innovatietheorie van Rogers (zoals beschreven in zijn boek Diffusion of Innovations) is een theorie die iets vertelt over de verspreiding van een innovatie (een nieuw product of idee) binnen een groep. De originele theorie is bedacht door de Fransman Gabriel Tarde, maar populair geworden door Everett Rogers.



Geplaats op 06 Jun 2019

Op 23 mei jl. in Verhalenhuis Belvédère te Rotterdam onder de bezielende leiding van theatermaakster Camie Bonger zagen wij het transformatietheater: een voorstelling van het verhaal van ouders, leerkrachten en trainers over de impact die het programma Het Begint Bij Mij heeft in hun leven.

Iedereen die op het podium stond heeft zelf het programma van HetBegintBijMij doorlopen en een persoonlijke transformatie meegemaakt, als trainer of als deelnemer. Deze positieve verandering gunnen zij iedereen, daarom stapten zij voor één keer op het podium en in de spotlights..

Trainer: “Wat was het spannend! Spannend, om als trainer Het Begint Bij Mij op het podium te staan. Spannend, om uit je ‘comfort zone’ te stappen. Spannend, om je kwetsbaar op te stellen. Het doel van de voorstelling was om op een andere manier Het Begint Bij Mij onder de aandacht te brengen en dat is gelukt! We hebben die middag harten en deuren geopend. Na afloop van het theaterstuk vonden er mooie gesprekken plaats over onder meer de kwetsbaarheid van de professional, de transformatie van ons als persoon en wat dat betekent voor ons vakmanschap.”

Het Begint Bij Mij is een programma dat zich richt op de persoonlijke transformatie van onder andere ouders, medeopvoeders en vakmensen die actief zijn op het terrein van (zorg voor) jeugd. Meer lezen

HBBM theater



Geplaats op 17 May 2019

“Te vaak horen we dat professionals de verantwoordelijkheid van hun werk (te) zwaar vinden, het ziekteverzuim is hoog. Helaas zien we zelfs dat zeer betrokken en ervaren professionals soms kiezen voor ander werk waar ze meer bijvoorbeeld meer voldoening uithalen of dat minder ‘heftig’ is. Ook blijkt dat we ondanks de transitie nog steeds moeite hebben om een aantal gezinnen de juiste zorg te bieden.”

Een analyse naar de mogelijke oorzaak

In het bovenstaande plaatje zie je vanuit een gezin welke mogelijke problemen en hulpvragen er kunnen zijn (oranje en groen). Als je je voorstelt dat er in een gezin meerdere gezinsleden zijn met meerdere hulpvragen, dan ontdek je al snel dat het best complex is om een gezin goed te helpen. Er zullen vaak veel verschillende professionals en organisaties betrokken zijn (paars). Deze complexiteit maakt dat het in de praktijk vaak onvoldoende lukt om voor deze gezinnen duurzame oplossingen te vinden en de patronen te doorbreken die vaak van generatie op generatie worden overgedragen.

Samenwerking is essentieel en vraagt om:

  1. een goede afstemming van rollen en verantwoordelijkheden
  2. overeenstemming over de doelstellingen van de ingezette hulp
  3. een basis van onderling vertrouwen
  4. effectieve communicatie

In onze aanpak (‘transformatorhuisje) zijn deze punten de 4 bouwstenen waar we mee aan de slag gaan. Wanneer deze als puzzelstukjes in elkaar vallen ontstaan er nieuwe schakelingen in de ketensamenwerking (zie afbeelding).

Helaas nemen we vaak niet de tijd om onze bouwstenen gezamenlijk vorm te geven

Zonde! want een goede invulling van de bouwstenen draagt niet alleen bij een goede samenwerking, maar leidt uiteindelijk tot betere hulpverlening, meer werkplezier en minder werkdruk. Kortom meer energie! Vandaar dat wij de bouwstenen visualiseren in een ‘transformatorhuisje’. Wij werken graag samen met u aan een optimale invulling van de 4 bouwstenen voor optimale transformatie van bestaande energie naar energie die duurzamer, bruikbaarder en zuiniger is. Lees meer over onze aanpak en bekijk ons ‘transformatorhuisje’ voor jeugdbeleid



Geplaats op 17 May 2019

Afgelopen jaren hebben we in diverse projecten, onderzoek en bij het programma HetBegintBijMij ervaring opgedaan over transformatieprocessen op allerlei niveaus: van jeugdigen tot ouders, van professionals tot organisaties en de gemeenten.

Deze ervaring hebben we gebundeld in 4 bouwstenen die essentieel zijn om duurzaam patronen te doorbreken. De bouwstenen vormen ons kader om de huidige stand van zaken in beeld krijgen en om nieuw beleid te ontwikkelen. De kracht van de bouwstenen is dat deze zowel toegepast kunnen worden in trainingen voor ouders, jeugdigen en professionals, als voor transformatieprocessen in organisaties en gemeenten.

De bouwstenen zitten in een zogenaamd ‘transformatorhuisje’ met een dak dat visualiseert dat de transformatie duurzaam geborgd is. In het transformatorhuisje wordt bestaande energie (kennis, ervaring en motivatie) omgezet in energie die duurzamer, bruikbaarder en zuiniger is. Het is een praktisch toepasbaar kader voor het vormgeven van transformatieprocessen op allerlei niveaus (beleid, persoonlijk en organisatie).

Dit is een algemeen ‘transformatorhuisje’.

Samen met onze opdrachtgever vullen we de bouwstenen voor een optimale transformatie. Nieuwsgierig hoe het transformatorhuisje voor ontwikkeling van beleid er uit kan zien? Of een persoonlijk transformatorhuisje voor ouders, jeugdigen en professionals?

Een visualisatie van onze werkwijze

Transformatorhuisje peer3

Aanpak peer3 kader voor transformatieprocessen 'transformatorhuisje'



Geplaats op 06 May 2019

In ons ‘transformatorhuisje’ zitten 4 bouwstenen. De kracht is dat dezelfde bouwstenen in verschillende lagen (gezin, professional, organisaties en gemeente/maatschappij) terug komen en aan elkaar geschakeld zijn. Het onderstaande plaatje laat zien hoe de bouwstenen elkaar beïnvloeden/ geschakeld zijn door de verschillende lagen rondom een gezin.

Verschillende transformatorhuisjes om een gezin

In het midden zie je het huis van een gezin, evt. aangevuld met een 2e (t)huis. Er om heen is een nieuw huis getekend waarin de buurt, basisvoorzieningen, familie, vrienden etc zitten. Het derde huis staat voor de ambulante hulp die het gezin en/of gezinsleden ontvangen en het vierde huis staat voor het huis waar gezinsleden (tijdelijk) verblijven en hulp krijgen. Daarom heen staat het huis van de gemeente en dan volgt de maatschappij en de politiek.

Schakelingen en verbindingen tussen de transformatorhuisjes

We hebben per bouwsteen als voorbeeld een onderwerp gekozen uit de actualiteit. Van buiten naar binnen laten we zien hoe de gemeente invloed heeft op de hulpverlening en vervolgens ook (indirect) op het gezin. Natuurlijk gaat de invloed niet alleen van buiten naar binnen, maar zeker ook andersom. Iedereen en iedere organisatie beïnvloedt (indirect) de ander.

Aanpak Peer3: huizen en onderlinge relaties

Wat levert dit inzicht op?

Waar je ook werkt, jouw bouwstenen zijn een waardevolle schakel voor gezinnen! Je kunt je eigen persoonlijke transformatorhuisje invullen. Een goede invulling van je eigen kader (huis) geeft richting bij alle keuzes die je dagelijks neemt. Niet voor niks geloven wij in de visie: ‘Verandering, HetBegintBijMij’

Jij bent een onmisbaar puzzelstukje in het grotere geheel. Een sterke match/schakel tussen de bouwstenen in je eigen transformator huisje en die van je organisaties geeft extra energie. Voorbeeld: “Wanneer jouw waarden en de visie van de organisatie waar je werkt bij elkaar passen voelt je werk waardevoller en krijg je er meer voldoening van”. Daarom is het belangrijk om niet alleen de bouwstenen van je eigen transformatorhuisje te kennen maar ook die van jezelf als professional, die van de organisatie waar je werkt en die van de gemeente etc.

Kortom: De bouwstenen bieden een praktisch kader om energieker samen te werken aan een gezonder, veiliger en kansrijker thuis voor alle kinderen!



Geplaats op 06 May 2019

Onze aanpak kenmerkt zich niet alleen door de bouwstenen, maar ook door het werken met verhelderende beelden en een interactieve speelse werkwijze. Vandaar: “Spelenderwijs de veiligheidsketen in beeld brengen” Dit vergt een goede voorbereiding en gedegen kennis van de huidige werkwijze. Groot voordeel van onze interactieve en visuele manier van werken is dat dit een hoop energie geeft én meteen nieuwe inzichten oplevert.

Hoe dat werkt?

Wij zijn begonnen om samen met beleidsmedewerkers een overzicht te maken van:

  • De huidige functies, rollen en verantwoordelijkheden (bouwsteen verantwoordelijkheid)
  • De huidige rolverdeling (bouwsteen: vertrouwen, erkenning rollen)
  • De gewenste stappen/doelen (bouwsteen visie/waarde/bedoeling)

In een tweede bijeenkomst zijn we samen gaan schuiven met de gemaakte kaartjes (zie foto).

Zo ontstond langzaam maar zeker een helder overzicht (bouwsteen communicatie / helderheid). Toen we het gezin centraal plaatsten ontstond de onderstaande bloem als overzicht van wat gedaan wordt, door welke organisaties en of er overlap of tekortkoming is in het huidige aanbod. Wat bijvoorbeeld zo zichtbaar is geworden is het verschil in aanbod tussen de linker (planmatig werken, borgen van resultaten en lerend stelsel) en de rechter kant (signaleren, onderzoek, doen wat nodig is).

Veiligheidsketen in beeld-peer3



Geplaats op 03 May 2019

Een kader voor risicogerichte preventie in de JGZ: “De kracht van het alledaagse”

Onze opdrachtgever JGZ Zuid-Holland West (JGZZHW)

JGZ Zuid-Holland West (JGZZHW) zet zich samen met hun ketenpartners in zodat kinderen binnen hun eigen omgeving gezond en veilig kunnen opgroeien. Dit voert JGZZHW uit in opdracht van de acht gemeenten in de regio. Met name onder invloed van de transitie en transformatie in de jeugdhulp, speelt er bij deze gemeenten een vraag op het grijze gebied tussen preventie en curatief aanbod. Er is meer behoefte aan inzet van risicogerichte preventie. De toenemende vraag naar jeugdhulp en de stijging van kosten die daarmee gepaard gaat, is daar in elk geval één verklaring voor. Ook is er een aantal maatschappelijke ontwikkelingen zichtbaar die een rol spelen, zoals een toename van gebroken en samengestelde gezinnen en een groeiende diversiteit in wijken en buurten die het samen leven complexer maken. Daarnaast zien we de aandacht voor de transformatie in het jeugddomein toenemen. De nadruk op het normaliseren van opvoedsituaties, het versterken van (veer)kracht van ouders en kinderen en het voorkómen van opvoed- en opgroeiproblemen past goed bij de preventieve taken van de JGZ.

Onze opdracht

In reactie op deze ontwikkelingen heeft JGZZHW behoefte aan een samenhangend preventief kader. Peer3 is gevraagd om samen met medewerkers van JGZZHW dit kader te vorm te geven.

Onze aanpak

We zijn gestart met de rol en positie van de JGZ in de keten van jeugdhulpverlening. De rol van de JGZ is o.a. onderscheidend ten opzichte van andere ketenpartners doordat de JGZ alle kinderen ziet, een heel gezin in beeld heeft, een kind / gezin volgt van 0 tot 19 jaar, de aandacht voor zowel de gezondheid, de emotionele ontwikkeling als sociale factoren, laagdrempelige toegang tot hulp en tenslotte de aanwezigheid in de wijken.

Deze rol en positie biedt de JGZ kansen omdat zij kan voortbouwen op hun dagelijkse aanbod van de universele preventie met een aanbod op risico- en gezinsgerichte preventie. Dit kan zowel aan de voorkant van de hulpverleningsketen ingezet worden als aan de achterkant. Aan de voorkant is de risico- en gezinsgerichte preventie er op gericht om doorstroming naar geïndiceerde hulp te voorkómen of zo soepel mogelijk te laten verlopen. Aan de achterkant is het erop gericht om de behaalde resultaten vanuit de geïndiceerde hulp te borgen en te stabiliseren.

Je kunt de JGZ zien als een continue verbinder in de hulpverleningsketen. Zie onderstaande afbeelding.

Vervolgens hebben we een verbinding gemaakt met deze rol en recente ontwikkelingen, ervaring van medewerkers en bestaande methodieken. Dit leverde o.a. de onderstaande twee overzichten op.

De kadernotitie ondersteunt JGZ Zuid-Holland West (JGZZHW) in hun (interne) keuzes en in gesprekken met gemeenten en ketenpartners.

Wil je weten hoe de kadernotitie of Peer3 jouw Jeugdgezondheidszorg organisatie of gemeente kan helpen bij het maken keuzes? Neem dan contact op met Yvonne van Westering (Peer3) of Allal Sallou (JGZZHW).



Geplaats op 05 Apr 2019

HetBegintBijMij is een community-based opvoedprogramma, ontwikkeld in 2003 in Zuid-Afrika door Adele Grosse. Het programma HetBegintBijMij is in de praktijk ontstaan en ontwikkeld vanuit de behoefte van ouders, mede-opvoeders en jongeren.

In het programma worden ouders, mede-opvoeders en jongeren gestimuleerd om vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkeheid aan de slag te gaan met de manier waarop zijn hun leven vormgeven. Veel deelnemers komen tijdens de training tot het besef dat ze veel meer invloed kunnen uitoefenen op wie ze zijn, hoe ze reageren en hoe hun omgeving reageert. Ze komen ook tot het besef dat de manier waarop zij omgaan met situaties een grote invloed heeft op de ontwikkeling van hun kind(eren). Dit heeft een enorme impact op hun leven; zowel op henzelf, hun familie als hun omgeving.

Berthe Peerenboom is voorzitter en initiatiefnemer van HetBegintBijMij-Nederland. Yvonne van Westering ondersteunt de stichting zowel organisatorisch en coördineert de monitoring van de resultaten. Hanne Peerenboom houdt zich bezig met de doorontwikkeling van het trainingsmateriaal en het schrijven van de toolkits. Wij zijn ervan overtuigd dat het HetBegintBijMij juist in Nederland van grote waarde is. Afgelopen jaren zijn meerdere groepen trainers getraind, waaronder professionals uit wijkteams en de jeugdhulpverlening. Zij geven aan dat HetBegintBijMij een programma is dat (eindelijk) antwoord geeft op de vragen hoe je problematiek kan aanpakken en wat je met ouders kunt doen. Vooral het praktische, direct toepasbare karakter spreekt erg aan. Ze kunnen direct aan de slag!

Meer informatie over HetBegintBijMij vind je op www.hetbegintbijmij.nl



Geplaats op 24 Nov 2014

De afgelopen maanden is Peer3 (Berthe Peerenboom) in opdracht van aanbieders J&O, J-GGz, J-LVB (F12) in de regio Haaglanden aan de slag gegaan met de operationalisatie van de lokale jeugdteams. Berthe is projectmanager van het traject dat begon met het ontwerp voor lokale jeugdteams in de negen gemeenten in de regio Haaglanden. Vervolgens volgde de fase van implementatie. Gedurende dit traject was de belangrijkste uitdaging voor Peer3 is geweest om te zorgen voor een juiste afstemming en integratie van de plannen van de Haagse gemeenten met de plannen en ideeën van de zorgaanbieders voor J&O, J-GGz en J-LVB actief in de regio.

Wat hierbij zeker geholpen heeft is dat Berthe vele spelers in het jeugdzorgspeelveld van binnenuit kent en dat zij het vertrouwen geniet van de besturen en directies van diverse sleutelorganisaties in de Haagse regio.

Peer3 maakt zich sterk voor het realiseren van nieuwe samenwerkingsverbanden tussen Gemeenten, Bureaus Jeugdzorg, de kinderbescherming, het AMK, de spoedeisende hulp, jeugdzorgaanbieders en de JeugdzorgPlus aanbieders. Dit zien wij als een van de grootste uitdaging en opgave voor de komende jaren. Zonder samenwerking zal het niet mogelijk zijn om de (jeugd)zorg goed vorm te geven.



Geplaats op 19 Jun 2014
Kunstvanopvoeden is een app voor iedereen die bezig is met de opvoeding van kinderen / pubers. De app is een spel waarin je een opvoeder speelt die moet reageren op verschillende situaties uit de praktijk. Na het kiezen van een reactie volgt een score op 5 opvoedingsdoelen: zelfstandig zijn, tevreden zijn, sociaal vaardig zijn, gehoorzaam zijn en prestatiegericht zijn. Verder krijg je als speler tips over opvoeding. Kunstvanopvoeden is leuk, herkenbaar, maar vooral ook leerzaam om te spelen. Je ontdekt spelenderwijs dat het afhangt van het kind en de situatie welke reactie het beste past. En dat één reactie soms zowel positief als negatief uit kan pakken. Bijvoorbeeld wanneer je een kind zelfstandig wilt leren zijn, maar het daar nog niet aan toe is. Het kind kan in de problemen komen wat weer negatief is voor zijn prestaties.
Het doel van Kunstvanopvoeden is om je bewust te maken van de keuzes die je maakt in de opvoeding.

Kunstvanopvoeden is in opdracht van HorizonJeugd en samen met gedragsdeskundigen van HorizonJeugd ontwikkeld. Maxcode heeft de technische ontwikkeling gedaan en Peer3 de inhoud van de situaties en reacties.

De app ‘Kunstvanopvoeden’ is te downloaden via www.kunstvanopvoeden.nl



Geplaats op 11 Mar 2014

Tijdens een jongerenproject hebben we vele gesprekken gevoerd met jongeren die opgroeien in de jeugdzorg. Hun gevoel van veiligheid, een stabiele woonplek, vertrouwen krijgen en positief benadert worden bleken steeds weer belangrijke thema’s. In de literatuur wordt beschreven dat mensen pas toekomen aan hun persoonlijke ontwikkeling als hij zich geen zorgen hoeven te maken over basisbehoeften als woning, eten, familie, relaties, erkenning en veiligheid (piramide van Maslow).

Binnen de jeugdzorg betekent dat dat jongeren pas ander gedrag kunnen leren en meer zelfvertrouwen kunnen krijgen, als ze ergens opgroeien waar ze zich veilig en vertrouwd voelen. De hulp die zij nodig hebben ontvangen zij op die veilige plek. Dat klinkt heel logisch toch?

De praktijk werkt echter precies het tegenovergestelde. Jongeren volgen een behandeltraject en verhuizen steeds naar een nieuwe plek omdat zij (alleen) op die plek iets kunnen leren. Juist jongeren die geen stabiele thuissituatie hebben, krijgen niet de kans om ergens thuis te horen. De jeugdzorg is ingericht rondom het probleem van jongeren en niet rondom de jongere zelf. Hun probleem wordt behandeld en als  de behandeling geslaagd is krijgen jongeren als ‘beloning’ een verhuizing naar een nieuwe locatie.

De wijze waarop de jeugdzorg gefinancierd wordt werkt in de hand dat er probleemgericht behandeld wordt. In de dossiers is vooral aandacht voor de problemen.

Alles wat je aandacht geeft groeit. Ik vraag me weleens af hoeveel problemen vanzelf oplossen wanneer jongeren de tijd en het vertrouwen krijgen om rustig ergens te wonen en een band met hun familie, begeleiders en vrienden op te bouwen?

Wat zouden goede criteria zijn voor financiering? Tevredenheid van jongeren? Het aantal jongeren zónder problemen?

Ik snap dat dit moeilijk te meten is, want hoe weet je dat de jongere de zorg nog wel nodig heeft als het goed met hem gaat? Toch denk ik dat je er vanuit kan gaan dat jeugdzorgmedewerkers er alles aan zullen doen om jongeren en gezinnen zo snel als het kan weer eigen verantwoordelijkheid te geven. Dat is tenslotte hun werk!

De transitie van de jeugdzorg biedt de kans om de jeugdzorg anders te organiseren en hopelijk zal de jongere daarin echt centraal komen te staan!!



Geplaats op 05 Sep 2013

Tijdens een wandeling in de wijk is het idee voor een buurpad ontstaan. We waren aan het praten over vragen als:” Hoe kun je stimuleren dat wijkbewoners zich betrokken voelen bij elkaar en hun wijk?” en “Hoe kun je stimuleren dat kinderen meer buiten in de wijk spelen?”

Ik werd steeds enthousiaster over het idee voor een buurpad en de afgelopen maanden is het idee uitgewerkt tot een bruikbaar concept. Hieronder zal ik het kort beschrijven, maar veel leuker is om een kijkje te nemen op de buurpad-website. Daar zie je met leuke plaatjes en korte beschrijvingen hoe een buurpad er in de praktijk uit kan zien. Het leuke is dat iedereen die ervan hoort enthousiast en blij wordt. En helemaal trots zijn we omdat er binnenkort waarschijnlijk een buurpad in onze wijk ligt gefinancierd door de gemeente!

DE BASIS VAN EEN BUURPAD is een verleidelijke route door de wijk voor kinderen. In het buurpad worden op speelse wijze interessante en verscholen kanten van de wijk zichtbaar gemaakt. Ook nodigt het buurpad uit tot buitenspelen in de directe omgeving en geeft ruimte tot eigen initiatieven en ontmoetingen tussen wijkbewoners van alle leeftijden. In het buurpad hebben de volgende accenten gelegd:

Spel                bewegen en samen op straat buitenspelen
Natuur           spelen met en leren over het groen van je wijk
Cultuur          leren over de interessante dingen van je wijk
Verkeer         attenderen op oversteekplaatsen (+ eventueel verkeersles)

Mocht u na het lezen van dit bericht en een bezoek op de website van buurpad enthousiast geworden zijn neem dan gerust contact met ons op via hanne@peer3.nl. Wij hopen natuurlijk dat er binnenkort vele buurpaden zullen worden gerealiseerd in de Nederlandse gemeentes!!



Geplaats op 11 Jun 2013

Door de vele gesprekken die ik met jongeren heb gevoerd tijdens het jongerenproject Inclusie voor FICE NL is mij één ding goed duidelijk geworden: Jongeren worden te vaak overgeplaatst. Dit heeft verschillende oorzaken, ze zijn te oud voor een groep, de behandeling is afgelopen, het gaat niet goed op een groep, ze kunnen daar niks meer leren, ze zijn er alleen ter observatie, crisisopvang enz. Het gevolg is dat een groot deel van de jongeren in de jeugdzorg meer dan 5 keer verhuisd. Deze jongeren moeten iedere keer opnieuw wennen in een nieuwe groep, aan nieuwe leiding, een nieuwe school en nieuwe vrienden. Ongelofelijk toch?!

Het gaat mijn voorstellingsvermogen te boven als bedenk dat ik ieder jaar ergens anders moet gaan wonen met nieuwe mensen. Hoe zou ik me voelen en gedragen? Geen idee… maar waarschijnlijk niet zo sociaal en vrolijk als nu….

Jongeren worden beoordeelt op basis van een dossier dat over hun wordt bijgehouden. Vaak staan daar veel negatieve dingen in over hun verleden. Omdat hun dossier steeds meegaat hebben jongeren het gevoel dat hun verleden hun achtervolgt, dat ze niet verder komen.

In feite komt het er op neer dat wij onvoorstelbaar veel aanpassingsvermogen vragen van jongeren die komen uit een onrustige thuissituatie. In plaats van rust en veiligheid vinden ze onzekerheid en instabiliteit.

Daarom roepen wij iedereen die in de jeugdzorg werkt op om er alles aan te doen om jongeren een veilige, stabiele basis te geven, in wonen, school en familie en vrienden. Controleer elkaar niet meer op het aantal afgeronde behandelingen en trajecten. Maar breng ik kaart hoe vaak jongeren worden doorgeplaatst! Hoe minder vaak een kind wordt doorgeplaatst hoe beter je het doet. Dat moet hét belangrijkste kwaliteitscriterium zijn!!

En zorg dat het dossier een compleet beeld van de jongeren geeft en gericht is op de toekomst. Het moet dus zeker gaan over positieve dingen! Hét doel van dossier is dat het de jongere verder helpt!!

Dat betekent in de praktijk dat de behandeling en begeleiding naar het kind toe moet in plaats van het kind naar de behandeling te verplaatsen. Pas als kinderen/jongeren een stabiele basis hebben, kunnen ze zich echt ontwikkelen tot wie ze zijn!!

Meer achtergrond informatie over het aantal jongeren dat niet meer naar huis gaat.

Meer interessante kennis rondom het thema hechting en uit huisplaatsen.



Geplaats op 10 Jun 2013

Voor FICE Nederland hebben wij het jongerenproject met als thema “Inclusie” uitgevoerd. De centrale vraag tijdens dat project was: “Hoe kunnen jongeren die opgroeien in de jeugdzorg zo goed mogelijk meedoen in de maatschappij?” Om het antwoord te vinden op deze vraag zijn jongeren van 4 verschillende jeugdzorginstellingen met hun beleidsmakers/bestuurders in gesprek gegaan. Zij hebben de knelpunten benoemd die het voor jongeren uit de jeugdzorg lastiger maken om normaal mee te doen. Voor deze knelpunten hebben jongeren samen met beleidsmakers in bijeenkomsten op de instellingen, maar ook tijdens de slotmanifestatie oplossingen geformuleerd. Jongeren hebben gedurende het project samen met filmregisseur Har Tortike filmpjes gemaakt waarin pijnlijk duidelijk wordt waar het mis gaat.

Uit de resultaten van dit project blijkt eens te meer hoe goed jongeren in staat zijn oplossingen te bedenken voor problemen waar zij tegenaan lopen. En hoe belangrijk het is voor jongeren en voor de kwaliteit van de jeugdzorg  om te luisteren naar jongeren!

Alle adviezen worden gebundeld in een stuk dat naar verwachting in september verspreid zal worden. Als u interesse heeft in de resultaten van dit project stuur dan een bericht naar hanne@peer3.nl. Meer informatie en de filmpjes zijn nu beschikbaar via de website van FICE NL.

Anderen over het project:

Bestuurder: “Ik vond het een heel goed georganiseerd programma en inhoudelijk erg leerzaam en belangrijk”

Beleidsmedewerker: “Boeiender en inspirerender dan veel dure congressen!”

Beleidsmedewerker: “Ik was ontroerd en onder de indruk wat er gebeurde tussen jongeren en bestuurders tijdens de slotmanifestatie.”

Het jongerenproject is door Youth in Action (nji) beoordeeld als ‘best practice’. Een resultaat om trots op te zijn!!



Geplaats op 07 Mar 2013

Doel

Het doel van opvoedingslink is het versterken van het sociale netwerk en daarmee de eigen kracht van opvoeders en jeugdigen.

Aanpak

Het ontwikkelen van een netwerk-applicatie die op alle smartphones werkt: “Opvoederslink”. Opvoeders kunnen zich inschrijven in het netwerk en aangeven welke thema’s rondom het opvoeden en opgroeien van kinderen hen bezighouden. Zowel opvoeders met opvoedvragen als opvoeders die hun kennis en ervaring willen delen of gewoon hun sociale netwerk willen uitbreiden kunnen zich inschrijven. Via de applicatie worden opvoeders die bij elkaar in de buurt wonen gekoppeld. Opvoeders kunnen zelf aangeven in welke straal vanaf hun adres ze anderen zouden willen leren kennen.

Opvoederslink kan op termijn ook voor andere doeleinden gebruikt gaan worden, zoals het gericht werven van opvoeders en jeugdigen voor trainingen, behoeftepeilingen of het evalueren van het huidige aanbod. De ontwikkeling van “Opvoederslink” zal bij voorkeur in samenwerking met organisaties uit het jeugdveld gebeuren.

Resultaat

Het sociale netwerk van opvoeders en jeugdigen zal door de applicatie versterken hetgeen een grote beschermende factor is voor opvoed- en opgroeiproblemen.

Voor gemeenten en andere organisaties binnen het jeugdveld kan de applicatie een nieuwe manier zijn om in contact te komen met opvoeders en jeugdigen en vraaggericht aanbod te ontwikkelen. Dit laatste is een unieke mogelijkheid voor vernieuwingen binnen het aanbod voor de jeugd en opvoeders.

Momenteel zoeken wij naar financiering voor de ontwikkeling van “Opvoederslink”, als u ons kunt helpen of graag meer informatie wilt, neem dan contact op met Hanne Peerenboom hanne@peer3.nl of 06-41688173

Het idee “opvoederslink” is eigendom van Peer3 en mag niet zonder toestemming door een derde partij worden verspreid of ontwikkeld.



Geplaats op 26 Feb 2013

Wij zijn natuurlijk best trots dat wij het familiespel voor Horizon hebben mee mochten ontwikkelen!

Hans du Prie over het familiespel Geen Discussie!? in Trouw:

Om ouders en kinderen weer in gesprek te brengen hebben we een familiespel ontwikkeld: Geen discussie!?. Met het familiespel willen we onderwerpen als regels, grenzen, straffen, belonen en de omgang met elkaar spelenderwijs aan de orde laten komen.Hans du Prie, bestuurder van Horizon, in Trouw: “Veel ouders zijn wel héél mondig.  Soms reageren ze zelfs agressief als ze ter verantwoording worden geroepen. Het wordt tijd voor een kentering. Ze moeten niet alles bij de school en samenleving neerleggen, ouders hebben zelf een taak als opvoeder. Vaak zijn gezinnen erop gericht dat je het leuk moeten hebben met elkaar.  Alles om de lieve vrede te bewaren. Maar het is goed grenzen te stellen. Grenzen helpen jongeren teleurstellingen te overwinnen, om te gaan met frustraties als die grens hindert. Het kan ook een uitdaging zijn. Als het goed gaat, mogen ze als beloning de volgende keer een uurtje langer. Nu gaat het te vaak andersom: eerst mag alles. Als het fout gaat, wordt het teruggedraaid.”We delen de spellen uit aan onder andere scholen en bureaus jeugdzorg waarmee we samenwerken. Gezinnen kunnen het spel, als bordspel of als kaartspel, via de website bestellen.Ook het Algemeen Dagblad besteedde aandacht aan het spel.

via Hans du Prie over het familiespel Geen Discussie!? in Trouw | HorizonHorizon.



Geplaats op 08 Nov 2011

Antipestkaarten voor het basisonderwijsPesten is een onderwerp dat tegenwoordig steeds vaker in de media verschijnt. Wat niet iedereen weet, is dat pesten zelfs bij kleuters voor komt. In samenwerking met psycholoog Bob van der Meer biedt de Fiep Westendorp Foundation vanaf vandaag daarom de antipestkaarten aan voor het basisonderwijs.Psycholoog Bob van der Meer is gespecialiseerd op gebied van pestgedrag bij kinderen en zorgde voor de inhoud van de kaarten. De kaarten zijn bestemd voor de leerlingen van de groepen 1 tot en met 3. Omdat deze kinderen in veel gevallen nog niet kunnen lezen, hebben Bob van der Meer en de Fiep Westendorp Foundation de regels voorzien van voor zichzelf sprekende pictogrammen van Nederlands bekendste kleuters; Jip en Janneke.Het idee voor het werken met regels is afkomstig van de Zwitserse ontwikkelingspsycholoog Jean Piaget. Hij deed onderzoek naar de ontwikkeling van moreel gedrag bij kinderen. Om uitgebreide discussies te voorkomen is een aantal regels positief en een aantal negatief geformuleerd. Meer informatie over Piaget, pestgedrag bij kinderen en de antipestkaarten vindt u komende maanden op www.pesten.net

De kaarten zijn voor scholen te bestellen via foundation@fiepwestendorp.nl. Voor de kaarten wordt vijf euro gerekend, waarvan de restopbrengst naar de foundation gaat. De Fiep Westendorp Foundation ondersteunt hiermee projecten voor kinderen.

via Antipestkaarten voor het basisonderwijs.



Geplaats op 08 Sep 2011

Afgelopen zomer zijn we bezig geweest met het bouwen van een website voor ouders en hulpverleners over beloningskaarten en positieve opvoeding, www.gratisbeloningskaart.nl. Onze missie met deze website is om ouders en hulpverleners te ondersteunen bij de opvoeding van kinderen. Dat ouders (weer) plezier en vertrouwen hebben in de opvoeding van hun kinderen. De door ons verzamelde en ontwikkelde kaarten kunnen naar onze mening net dat zetje in de rug zijn dat je als ouder soms nodig hebt. Verder zullen we daar via berichten tips en informatie over het werken met een beloningssysteem en positieve opvoeding geven.

via Gratis beloningskaarten en nog veel meer…. | Vind hier de kaart die u helpt bij de opvoeding….



Geplaats op 18 Aug 2011

“ De Straat als front-office”

Een aantal maanden geleden werd in Schiedam het boekje “ De Straat als front-office” gepresenteerd over de aanpak van het Jongeren Interventie Team. In het kort komt het erop neer dat de individuele jongerenbegeleiders jongeren opsporen, ze vasthouden en begeleiden tot hun probleem is opgelost. Hun kantoor: de straat. De aanpak: direct. De werkwijze: onorthodox. De resultaten: veelbelovend. (Jan Schellenkens via Linkedinn)

Het boekje is als pdf in te zien via de onderstaande link:

http://www.eropaf.org/publicaties/Jongeren%20Interventie%20Team%20Schiedam%20-%20De%20Straat%20als%20Front-office.pdf



Geplaats op 16 Jun 2011

Pijnlijk. Alle kinderen uit de jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg verliezen hun persoonsgebonden budget, hun potje geld waarmee ouders hulp konden inkopen. En dat is een grote groep die het kabinet Rutte in één keer uit de warme schoot van de staat kiepert. 40 procent van de pgb-aanvragen komt van kinderen met psychiatrische of gedragsproblemen.

Van dat soort percentages hoef je niet op te kijken. Het was allang bekend dat onze jeugd steeds geesteszieker en hulpbehoevender wordt: 1 op de 7 krijgt te maken met jeugdzorg. 9 procent krijgt professionele hulp vanwege opgroeiproblemen. 100.000 Nederlanders nemen medicijnen tegen ADHD. Het speciaal onderwijs zit bomvol vanwege een ware epidemie van op autisme lijkende syndromen zoals Asperger en PDD-NOS. Was autisme, toen het voor het eerst werd beschreven in 1943, nog een uiterst zeldzame aandoening (1 op de 20.000), recentere onderzoeken gaan ervan uit dat 1 op de 38 kinderen in aanmerking komt voor een diagnose in het autistisch spectrum. Kinderen zijn niet meer gewoon druk, klungelig, sociaal onhandig of excentriek, nee, ze zijn ziek. Voor het meeste is wel een medisch stempel te vinden.

Of de diagnose nou terecht is of niet, ouders van die kinderen hebben een zwaar leven. En ze hadden een redder. Het pgb. Zo’n kind kon op een speciaal surfkamp met zijn pgb, het kind kon uit logeren bij oma om de ouders te ontlasten (en oma pikte haar graantje mee uit het pgb), de overwerkte ouders konden met hun pgb op ‘vakantiemassageweek’ in Frankrijk met cursussen als holistic pulsing, of ‘werken met energie’. Ze konden er zelfs voor kiezen een bedrag aan zichzelf uitkeren als een financiële verlichting voor het zware ouderschap.

Begrijp me niet verkeerd. Dat alles verhoogde waarschijnlijk de kwaliteit van leven in die gezinnen. Maar we zullen eraan moeten wennen dat niet alles wat goed is, ook gesubsidieerd wordt. Hoe meer diagnoses er worden gesteld, hoe vaker behandelingen of speciale vakanties of professionele begeleiding nuttig is, hoe vaker de overheid nee moet verkopen. Juist nu we steeds meer medische etiketten plakken op afwijkend gedrag moet de overheid als een waakhond om de ziekenboeg gaan staan. Voordat je het weet ligt half Nederland erin.

via Etiket « Columnisten nrc.next.

Reactie Peer3

Wanneer je dit artikel leest klinkt het heel logisch om het pgb maar af te schaffen. Wat echter mist is het kijken naar toekomst op lange termijn van deze kinderen. Participeren deze kinderen meer en beter in de maatschappij? Worden het later zelfstandige werkende volwassenen? Worden ze minder vaak met gedragsproblemen opgenomen? Het beantwoorden van deze vragen is noodzakelijk om te kunnen bepalen of het afschaffen van het pgb de maatschappij op de lange termijn geld gaat opleveren of juist geld gaat kosten.



Geplaats op 16 Jun 2011

Tijdens het lezen van stukken over de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten kwam ik onderstaand project tegen. De Vreedzame Wijk zet op een positieve manier in op een samenhangend pedagogisch beleid. Het uiteindelijke gevolg is dat kinderen, scholen en de buurt(verenigingen) gezamenlijk de verantwoordelijkheid voelen en kunnen dragen voor de opvoeding, het oplossen van conflicten en het onderhouden van de wijk. Het klinkt veelbelovend en zal in de zomer van 2011 geëvalueerd worden. We zullen dit project volgen want als dit werkt dan verdient het verspreiding door de rest van Nederland.

De Vreedzame Wijk

De Vreedzame Wijk groeit. De Gemeente Utrecht steunt de invoering van De Vreedzame Wijk in de stad de komende jaren. Ze wil graag bevorderen dat in alle ‘krachtwijken’ de methodiek wordt ingevoerd. Ook bij de scholen en de instellingen om de scholen heen is er een groot enthousiasme om mee te werken. Behalve in Utrecht wordt nu ook in Amsterdam-Noord, Hoorn en Amersfoort De Vreedzame Wijk ingevoerd.Mede dankzij bijdragen van ZonMw, de gemeente Utrecht, en het VSBfonds wordt de methodiek nu ingevoerd in negen wijken in het land. In de onderstaande nieuwsbrief wordt een rondje langs de wijken gemaakt. En wordt aandacht besteed aan de onlangs gehouden werkconferentie over De Vreedzame Wijk.

- Download Nieuwsbrief Maart 2011 (924 Kb) via Nieuwsbrief.



Geplaats op 17 May 2011

Bouwen aan het nieuwe jeugdstelsel  (Yperen, T. van en A. van Woudenberg)

Het jeugdstelsel gaat veranderen: de gemeenten worden bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor een groot aantal voorzieningen, inclusief de gespecialiseerde jeugdzorg. Dat is een ingrijpende en veelomvattende operatie. In het rapport ‘Werk in uitvoering’ vindt u antwoord op de belangrijkste vragen.

Discussiepunten en mogelijke oplossingen

Het rapport informeert over de opbouw van het huidige jeugdstelsel: over welke voorzieningen gaat het? De inhoudelijke inrichting van het nieuwe stelsel wordt uitgewerkt op basis van wat er de afgelopen jaren al tot stand is gebracht. Ook komen de belangrijkste discussiepunten aan bod. Sommige vragen kunnen nog niet beantwoord worden, bijvoorbeeld omdat de meningen verdeeld zijn. Het rapport bespreekt deze vragen en schetst verschillende oplossingsrichtingen.

Voor wie?

Het rapport is bedoeld voor iedereen die zich bezighoudt met de inrichting van het nieuwe jeugdstelsel, zoals wethouders, bestuurders, beleidsambtenaren, adviseurs, praktijkontwikkelaars en beroepskrachten.

Deskundigen

Het rapport is tot stand gekomen in samenwerking met een groot aantal deskundigen uit de jeugdgezondheidszorg, jeugdzorg, kinder- en jeugdpsychiatrie, jeugdbescherming, jeugdreclassering, pedagogiek en passend onderwijs, onder wie Jo Hermanns, Micha de Winter en Adri van Montfoort.

Publicatie downloaden via Publicatie – Werk in uitvoering, Nederlands Jeugdinstituut.



Geplaats op 22 Mar 2011

Naar een versterking van de pedagogische leefomgeving van jeugdigen en meer samenhang in de aanpak van jeugdproblematiek.

Om de explosieve groei van gespecialiseerde jeugdzorg een halt toe te roepen, moet een goed jeugdstelsel worden ingericht waarin de ondersteuning op alle niveaus in orde is. Het Nederlands Jeugdinstituut geeft in dit visiedocument zijn visie op de stelselwijziging.Jeugdzorg naar gemeentenDe verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg wordt overgeheveld van provincies, awbz en zorgverzekeraars naar gemeenten. Het Nederlands Jeugdinstituut vraagt zich bij deze stelselherziening af of het wettelijk recht op jeugdzorg voldoende overeenkomt met de geest van het VN-Kinderrechtenverdrag: ieder kind heeft recht op een veilige, evenwichtige en stimulerende opvoedingscontext. Het instituut pleit ervoor op te schuiven van individueel recht op jeugdzorg naar de plicht tot opvoeden voor ouders en samenleving. Zo moet er méér aandacht komen voor veilig en evenwichtig opgroeien in de directe omgeving van kinderen: in het gezin, de buurt, de school, de opvang en vrijetijdsvoorzieningen.Positief jeugdbeleidDaarvoor is volgens het Nederlands Jeugdinstituut allereerst meer aandacht nodig voor positief jeugdbeleid: het optimaliseren van de gewone positieve ontwikkeling, zoals succes op school, talentontwikkeling en actieve participatie. Vervolgens moet de pedagogische kwaliteit van de leefomgeving verbeterd worden, bijvoorbeeld door versterking van het jongerenwerk. Centra voor Jeugd en Gezin en zorg- en adviesteams op school spelen een belangrijke rol in de ondersteuning bij de opvoeding, maar ook bij de inzet van gespecialiseerde hulp. In sommige gevallen is het nodig om het kind te beschermen tegen zijn omgeving, en zal de opvoeding tijdelijk moeten worden overgenomen.

Yperen, T. van, en Y. van Westering

via Publicatie – Pijlers voor nieuw jeugdbeleid, Nederlands Jeugdinstituut kunt u gratis downloaden de publicaties: Pijlers voor nieuw jeugdbeleid en een Samenvatting van het visiedocument



Geplaats op 25 Jan 2011

DEN HAAG – Medewerkers van jeugdzorg wachten te lang met ingrijpen als er signalen zijn dat een kind is mishandeld. Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

De raad publiceerde donderdag een studie naar de aanpak van kindermishandeling. Pieter van Vollenhoven is voorzitter van de raad. De onderzoeksraad, onder voorzitterschap van Pieter van Vollenhoven, constateerde onder meer dat de medewerkers te lang inzetten op samenwerking met de ouders bij een vermoeden van kindermishandeling. Daardoor komt de rol van de overheid, die volgens internationale verdragen verantwoordelijk is voor de veiligheid van kinderen, onvoldoende uit de verf.

In actie

Wanneer het dan wel tot actie komt, is er een volgend probleem: onderwijzers, maatschappelijk werkers en behandelaars uit de geestelijke gezondheidszorg hoeven niet mee te werken aan onderzoek naar de gezinssituatie. Ook als een kind onder toezicht van de staat is gesteld, hoeven professionals rondom het kind nog steeds geen informatie te verstrekken. De raad vindt dat jeugdzorgmedewerkers betere instrumenten moeten krijgen om hun werk te kunnen doen.

Ingrijpen

Een woordvoerster van Jeugdzorg Nederland, de belangenorganisatie van de Bureaus Jeugdzorg, bestrijdt dat de medewerkers te lang wachten met ingrijpen. De andere punten onderschrijft de organisatie. De jeugdbescherming heeft volgens een meerderheid in de Tweede Kamer extra geld nodig om te voorkomen dat een gezinsvoogd te veel kinderen onder zijn hoede krijgt. Ook zijn wachtlijsten in de jeugdbescherming uit den boze. Tofik Dibi van GroenLinks, oneens met de kritiek op het ingrijpen van medewerkers, wees erop dat een roep om eerder ingrijpen altijd klinkt na incidenten.

Verbeteringen

Staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanden (Volksgezondheid) zei dat de aanbevelingen verbeteringen die al in gang zijn gezet nog verder kunnen aanscherpen. De aanbevelingen kunnen professionals een handreiking bieden om makkelijker om te gaan met de dilemma’s waar ze voor komen te staan.

Onderzoekers bestudeerden voor het rapport de dossiers van 27 gevallen van kindermishandeling, waarbij de kinderen omkwamen of bijna omkwamen. Een van de gevallen betrof een jongetje dat door geweld overleed. Jeugdinstanties hadden het kind wel in beeld, maar grepen niet in, omdat alles goed leek en er geen sprake was van een crisissituatie.

via ‘Jeugdzorg is te afwachtend’ | nu.nl/binnenland | Het laatste nieuws het eerst op nu.nl.



Geplaats op 21 Dec 2010

Op 7, 8 en 9 december  ben ik aanwezig geweest bij een internationale jeugdzorg conferentie in Stellenbosch in Zuid Afrika. De conferentie is georganiseerd door FICE, een wereldwijde netwerkorganisatie van en voor professionals die werken met kinderen.

Het was een voorrecht om bij de conferentie aanwezig te zijn. De passie waarmee mensen overal ter wereld werken met kinderen is overweldigend. De impact van de HIV/AIDS epidemie is vele malen groter dan ik ooit had kunnen bedenken. Er zijn op deze wereld miljoenen kinderen die hun beide ouders door AIDS hebben verloren en/of zelf geïnfecteerd zijn. Er zijn miljoenen ‘child headed families’, oftewel huishoudens die gerund worden door kinderen omdat de volwassenen om hen heen niet in staat zijn om voor hen te zorgen of overleden zijn aan de gevolgen van AIDS. Wie zorgt er voor deze kinderen?

De National Association of Child Care Workers (NACCW) in Zuid Afrika heeft het ISIBINDI model ontwikkeld (voor meer informatie: www.naccw.org.za/isibindi/). Uitgangspunt in dit model zijn de rechten van het kind. Het model is ontwikkeld als antwoord op de behoeften van de meest kwetsbare kinderen, jongeren en families. In het bijzonder richt het model zich op kinderen die slachtoffer zijn van de effecten van de HIV/AIDS epidemie. Werkloze leden van een gemeenschap worden geselecteerd, gescreend en getraind tot child and youth care worker. Deze child and youth care workers gaan onder supervisie van een maatschappelijk werker van de ANCCW werken in hun eigen gemeenschap. Praktische ondersteuning van kinderen/gezinnen wordt gecombineerd met zorgtaken. Ook worden kansen voor de ontwikkeling van kinderen gecreëerd.

Ik vind het ISIBINDI model zeer inspirerend. Vooral omdat er gewerkt wordt met en voor een gemeenschap. Kinderen worden niet weggehaald uit hun vertrouwde omgeving maar leren binnen hun eigen omgeving te (over)leven. De gemeenschap wordt verantwoordelijk gemaakt en in staat gesteld om deze kinderen op eigen kracht te helpen. Aansluiting met de gemeenschap en de eigen cultuur wordt gegarandeerd. Daarnaast is het model niet alleen toepasbaar in Zuid Afrika. Zij heeft de potentie om wereldwijd ingezet te worden.

De conferentie heeft mijn ogen en hart (nog meer) geopend voor de problemen waar kinderen in de wereld mee kampen. Samen met mijn zussen hebben wij besloten ons met Peer3  in te zetten voor deze groep zeer kwetsbare kinderen. Hoe? Daar gaan wij ons in 2011 mee bezig houden. In ieder geval gaan wij als eerste stap de mogelijkheden van het ISIBINDI model verder onderzoeken.  Wij zullen u regelmatig via onze website op de hoogte houden van de ontwikkelingen op dit vlak.  En mocht u ideeën hebben, dan bent u meer dan welkom om deze met ons te delen!

Berthe



Geplaats op 16 Dec 2010

Hanne Peerenboom: Als jeugdverpleegkundige heb ik deelgenomen aan het project ziekteverzuimbegeleiding van jeugdigen. Het doel van dit project was te onderzoeken of het toepassen van een ziekteverzuimprotocol het ziekteverzuim zou kunnen verminderen. In dit project heb ik het ziekteverzuimprotocol opgesteld samen met de ketenpartners. De ketenpartners waren de school, de leerplicht ambtenaar en de GGD arts/verpleegkundige. Bij ziekteverzuimbegeleiding is het van belang dat alle ketenpartners, ouders/verzorgenden en de jeugdige, samenwerken en achter het gezamenlijk belang staan. In geval van ziekteverzuim is het gezamenlijk belang dat de jeugdige weer naar school kan en een diploma kan behalen. Het ontwikkelde ziekteverzuimprotocol is uiteindelijk ingevoerd in de gemeente Eindhoven. Ook in een aantal omliggende gemeentes wordt het ziekteverzuimprotocol gebruikt.

Door deze projectervaring heb ik kennis opgedaan over veranderingsprocessen. Tijdgebrek, geldgebrek en tegenstrijdige belangen zijn allemaal aan de orde geweest. De uitdaging is juist dan om het gezamenlijk belang centraal te zetten en van daaruit goede samenwerkingsafspraken te maken. Deze vaardigheid is de kracht van Peer3 en kan in verschillende veranderingsprocessen worden ingezet.



Geplaats op 16 Dec 2010

Berthe Peerenboom: Voordat ik met mijn twee zussen de maatschap Peer3 oprichtte, heb ik gewerkt bij de afdeling Spoedeisende Zorg van Bureau Jeugdzorg Gelderland. Ik ben betrokken geweest bij de oprichting van de afdeling, de implementatie en het ontwerp van de werkprocessen. Als teamleider van de afdeling heb ik een goed samenwerkingsverband kunnen opzetten met de provinciale aanbieders van jeugd- en opvoedhulp. Dit samenwerkingsverband staat nu landelijk bekend als ‘het Gelders Model’ en dient als voorbeeld voor veel andere afdelingen spoedeisende zorg. In de werkwijze stond het belang en de veiligheid van jeugdigen voorop. De inspectie jeugdzorg was onder de indruk van de kwaliteit van werken en concludeerde dat niet de bureaucratie, maar het kind centraal stond op deze afdeling. Ik ben trots op datgene wat ik daar, samen met mijn medewerkers en samenwerkingspartners heb neer kunnen zetten. Na de positieve conclusie van de inspectie heb ik besloten dat ik mijn kennis en capaciteiten elders in de jeugdzorg wil inzetten. Door dit te doen met mijn twee zussen, bundelen we onze kennis en expertise waardoor we in staat zijn om klanten van begin (preventie) tot eind (gesloten jeugdzorg) te adviseren.



Geplaats op 16 Dec 2010

Bij de verwijsindex risicojeugd is het belangrijk dat alle deelnemende instellingen achter het gezamenlijke doel staan. Dit doel zal veelal een vroegere signalering en een verbeterde samenwerking en afstemming zijn.

De verschillende instellingen en hun medewerkers zullen gemotiveerd moeten zijn om te investeren in de verwijsindex risicojeugd (VIR). Om ouders en jeugdigen goed te kunnen informeren over de VIR en toestemming te krijgen om een signaal af te geven, moet je als medewerker goed weten waar je het over hebt. Scholing over VIR speelt daarom een grote rol.

Verder is het van belang dat er, nadat er een signaal is afgegeven, ook een reactie volgt van andere betrokkenen. Het werkt pas als alle instellingen en medewerkers actief deelnemen. Wanneer de VIR wordt ondersteund door casusregisseurs en gemeentelijk- en instellingsbeleid is de kans van slagen groter. Daarmee bedoel ik dat er niet alleen extra tijd nodig is, maar ook een ondersteunend registratieprogramma en een duidelijke protocol.

Casusregisseurs spelen een belangrijke rol bij de casusoverleggen. Zij zorgen ervoor dat het casusoverleg tot stand komt en dat er tijdens een casusoverleg duidelijke afspraken worden gemaakt. Zij kunnen vervolgens de gemaakte afspraken monitoren.

Uiteindelijk zal het in de gehele jeugdzorgketen de kwaliteit en de efficiëntie van de zorg verbeteren. Wanneer alle deelnemers daarvan overtuigd zijn zal het belang van de jeugdige boven het eigen belang of het belang van de organisatie gaan staan. En dat is toch wat we allemaal willen?

Persoonlijk is mijn ervaring met de VIR positief. Verschillende jeugdigen zijn sneller en beter geholpen door met elkaar samen te werken en afspraken te maken. Overigens is mijn ervaring dat het een meerwaarde heeft als ouders en jeugdigen zelf aanwezig zijn bij het casusoverleg.

Deze praktische ervaring gecombineerd met onze kennis van implementatieprocessen maakt dat Peer3 in staat is om gemeentes en instellingen te begeleiden bij de implementatie van de Verwijsindex Risicojeugd.

Kijk voor meer informatie over de verwijsindexrisicojeugd op www.rijksoverheid.nl



Geplaats op 14 Dec 2010

De discussie over de indicatiestelling is complex. In opdracht van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling RMO is een verkenning, “Omstreden toegang tot zorg” geschreven als bijdrage aan deze discussie. Deze verkenning concludeert dat aanpassing van de indicatiestelling wellicht meer in de rede ligt dan afschaffing.

Aanleiding voor het onderzoek is de groeiende discussie over de onafhankelijke indicatiestelling. Politieke partijen, parlementaire werkgroepen, zorgaanbieders en gemeenten buitelen over elkaar in hun kritiek op deze bureaucratische laag tussen hulpverlener en cliënt.  De kritiek bereikte ook de RMO, met het concrete verzoek om de onafhankelijk indicatiestelling tegen het licht te houden. De RMO heeft ervoor gekozen om het eerste product op weg naar een eventueel advies aan regering en parlement reeds nu te publiceren als een bijdrage aan de lopende en complexe discussies.Het door de Raad uitgezette onderzoek, verricht door onderzoeksjournalist Jelle van der Meer, levert een verrassend maar ook genuanceerd resultaat op. Ja, de onafhankelijke indicatiestelling kan leiden tot een ‘te zwaar aanbod’ van voorzieningen en  tot ‘claimgedrag’. Ja, de vraag wat de omgeving van een hulpvrager kan betekenen komt via de indicatiestelling  onvoldoende in beeld. En ja, de indicatiestelling is bureaucratisch en tamelijk star omdat de indicatie van één moment uitgaat, terwijl hulpvragen voortdurend veranderen.Het onderzoek maakt echter ook duidelijk dat veel van wat misgaat budgetoverschrijdingen, wachtlijsten, grove incidenten ten onrechte gerelateerd wordt aan de onafhankelijke indicatiestelling. De indicatiestelling heeft de toenemende zorgconsumptie niet weten te keren, maar dat is iets anders dan dat ze daarvan ook de bewezen oorzaak is. De groei was er daarvoor ook al, en staat mogelijk eerder in verband  met algemene trends als toenemende medische kennis en groeiende welvaart. Opvallend in het onderzoek is verder dat niet zozeer de hulpvragers als wel de hulpaanbieders negatief zijn over de indicatiestelling. De positie van cliënten is versterkt, wat ook de motivatie was achter de invoering. In plaats van het aanbod moest de vraag meer leidend worden bij de toedeling van zorg.De RMO neemt met het onderzoek geen standpunt in over afschaffing of behoud van de onafhankelijke indicatiestelling. Dat kan ook niet gelet op de breedte van het onderzoek AWBZ, jeugdzorg en speciaal onderwijs. Zijn belangrijkste aanbeveling is om de discussie weloverwogen te voeren en het kind niet met het badwater weg te gooien. Eerst goed nadenken en dan pas doen. Dé indicatiestelling bestaat niet, en er zal altijd een instrument moeten zijn om bij schaarse middelen zorg eerlijk en efficiënt toe te delen.  Het onderzoek bevat daarvoor uiteenlopende varianten,  variërend van indicatiestelling door professionals en zorginstellingen op basis van objectieve landelijke criteria tot het zogenaamde huisartsenmodel met eerstelijns professionals die zelf behandelen dan wel doorverwijzen.

via Persbericht.



Geplaats op 07 Dec 2010

Politiemensen kunnen zich zorgen maken over kinderen en jongeren zonder dat sprake is van een strafbaar feit. Ook komen zij in aanraking met kinderen (12-) die een delict hebben gepleegd en die sinds 1 januari 2010 verplicht worden doorgestuurd naar Bureau Jeugdzorg. In het werkproces ‘Vroegsignaleren en doorverwijzen’ tussen Politie en Bureau Jeugdzorg is vastgelegd wat de politie in deze gevallen doet. En welke rol CJG’s kunnen spelen.

Voor gemeenten en Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) is het van belang kennis te hebben van dit werkproces. Door politie gesignaleerde jeugdigen of gezinnen hebben immers niet altijd geïndiceerde zorg nodig. Bureau Jeugdzorg zal in dat geval de jeugdige of het gezin toe moeten leiden naar de zogenaamde voorliggende, gemeentelijke voorzieningen, oftewel naar het CJG. Hoe dit precies gebeurt, moet worden vastgelegd in werkafspraken tussen CJG en Bureau Jeugdzorg.

De rol van ketenpartners

De handreiking ‘Zorgsignalen van de Politie’ geeft een nauwkeurige beschrijving van het werkproces ‘Vroegsignaleren en doorverwijzen’ en de meerwaarde van dit proces. De rollen van de ketenpartners in de jeugdzorgketen – inclusief CJG – komen aan bod, net als de vraag hoe de gemeenten het werkproces optimaal kunnen benutten.

U kunt de handreiking ‘Zorgsignalen van de Politie’ direct downloaden via Handreiking ‘Zorgsignalen van de politie’ – Samenwerken voor de jeugd.



Geplaats op 30 Nov 2010

Het onderstaande bestand is interessant voor iedereen die te maken heeft met (preventieve) jeugdzorg. Een onafhankelijke commissie heeft in opdracht van de Nederlandse Vereniging van Gemeenten (VNG) een advies geschreven over de gewenste inrichting van de jeugdzorg. Het gaat vooral over het optimaliseren van signalering, sneller de hulp kunnen bieden die nodig is, verbeterde samenwerking tussen de eerste en tweede lijn en verminderen van de vraag naar zwaardere vormen van jeugdzorg. De centra voor jeugd en gezin krijgen daarin een grote rol toebedeeld. Uitdagingen liggen in de professionalisering en scholing van professionals die daar werken en in de vrijheid die zij krijgen om te doen wat nodig is. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het vrijwillige en het gedwongen kader van Bureau Jeugdzorg. Het is volgens de commissie niet wenselijk om het gedwongen kader onder te brengen bij de gemeenten.

http://www.vng.nl/Documenten/Extranet/Sez/20090602 Van Klein naar Groot WEB.pdf



Geplaats op 30 Nov 2010

Twee weken geleden hebben we deelgenomen aan de conferentie ‘Meer bezieling, minder middelen’. De workshop van het centrum voor jeugd en gezin in Den Haag is ons het meeste bijgebleven. Zij zijn daar een pilot gestart waar eigenlijk sprake van een front-Office en een BackOffice. De front-Office is de plek waar de vraag binnenkomt. Dit kan de informatiebalie van de gemeente zijn, het AMW, de GGD, MEE, BJZ, opvoedsteunpunt..enz. De afspraak is dat die organisaties bij iedere vraag die ze niet 1 2 3 op kunnen lossen en multi-problem vraagstukken de BackOffice inschakelen. In het backOffice-team zitten vertegenwoordigers van de deelnemende instellingen, die tevens uitvoerende behandelaars zijn. Het backOffice-team bespreekt de vraag en wijst iemand in hun midden aan die met de vraag aan de slag gaat. Waar samenwerking nodig is wordt deze gezocht, het backOffice-team is met z’n allen verantwoordelijk voor het resultaat. Er wordt dan ook regelmatig geëvalueerd en het effect van de behandeling wordt gemeten.

Het idee erachter is dat je niet alleen een deelvraag oplost en vervolgens verder verwijst. Het is een aanpak op alle probleemgebieden tegelijk, uitgaande van de vraag van ouders/jeugdige. Het zou zelfs tijd op moeten leveren omdat er sprake is van minder terugval.

Uiteindelijke doel is ontschotting van de organisaties en de financiering. Geen indicaties vooraf, maar verantwoording achteraf. Ze willen dan ook gebruik maken van effectmetingen.

Al met al een interessant project dat zeker de moeite waard is om te volgen. Als het goed is zullen zij ontwikkelingen en resultaten via de website van het CJG in Den Haag verspreiden.



Geplaats op 16 Sep 2010

Voor iedereen die met jeugd werkt, maar vooral ook met jeugdbeleid te maken heeft is de onderstaande link de moeite waard. U opent dan een interessant databoek met cijfers over de afgelopen tien jaar met betrekking tot de leefomstandigheden van kinderen. De volgende onderwerpen worden uitgewerkt: gezondheid, jeugdzorg, werkeloosheid, onderwijs, criminaliteit, armoede, achterstandswijken, kindermishandeling, openbare speelruimte, vrije tijds besteding, tienermoeders en jeugdparticipatie.

Kinderen in Tel, KIT



Geplaats op 02 Sep 2010

Binnen de jeugdgezondheidszorg worden vele adviezen gegeven. Het moeilijke heb ik, in mijn werk als jeugdverpleegkundige altijd gevonden dat het zo lastig te volgen en te meten is wat het effect is van alle adviezen. Blij verrast was ik dan ook toen ik het onderstaande stuk las. Via zonmw worden verschillende onderzoeken gesubsidieerd die de effecten meten van preventieve interventies die o.a. betrekking hebben op: gehoor, overgewicht, alcohol, opvoeding, delinquent gedrag, beweging, relationeel en seksueel gezond gedrag. Een echte aanrader om te lezen en om de resultaten te blijven volgen. Hanne Peerenboom

http://www.zonmw.nl/uploads/tx_vipublicaties/Pre_Post_35.pdf



Geplaats op 02 Sep 2010

Klassikale aanpak van pesten werkt

Pesten kan de sfeer op school behoorlijk bederven. In de eerste plaats lijdt het slachtoffer er natuurlijk onder. Maar pesten kan ook het schoolplezier van de rest van de klas ondermijnen en de docent tot wanhoop drijven. Uit Finland, het onderwijskundig Walhalla van Europa, komt goed nieuws: pesten kan dankzij een speciaal anti-pestprogramma met zo’n 30% afnemen.

René Veenstra is universitair hoofddocent bij de vakgroep Sociologie van de Rijks-universiteit Groningen. Hij doet onderzoek naar prosociaal en antisociaal gedrag, vriendschapsrelaties, ouder-kind interacties en pesten.

Socioloog René Veenstra van de Rijksuniversiteit Groningen is betrokken bij het Finse anti-pestprogramma KiVa. Samen met Christina Salmivalli, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Turku, onderzocht hij de effectiviteit van het KiVa-programma. “Het anti-pestprogramma blijkt goed te werken. Driekwart van de scholen in Finland doet inmiddels aan het programma mee en het pesten neemt er drastisch af. Het percentage kinderen dat stelselmatig fysiek wordt gepest nam op KiVa scholen af van 4.3% naar 2.6%. Op de controlescholen nam dat percentage juist toe van 4.5% naar 5.1%.”

En dat was niet het enige positieve resultaat. Ook de schoolbeleving nam toe: “We zagen over de hele linie een verbetering. Zo gingen kinderen met meer plezier naar school en konden ze zich vaak beter concentreren. Het programma lijkt het gewoon leuker te maken om naar school te gaan.”

Veel meer interessante resultaten en informatie vind u via Klassikale aanpak van pesten werkt | Kennislink.



Geplaats op 31 Aug 2010

Jongeren met zeer ernstige gedragsproblemen hebben baat bij behandeling in instellingen voor gesloten jeugdzorg. Dat blijkt uit onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen en onderzoeksbureau Praktikon bv, dat op 16 augustus 2010 wordt gepubliceerd. Het rapport is opgesteld in opdracht van het programmaministerie voor Jeugd en Gezin.Tot een paar jaar geleden konden jongeren met zeer ernstige gedragsproblemen voor wie gesloten plaatsing nodig was, alleen terecht in een justitiële jeugdinrichting. Sinds een wetswijziging per 1 januari 2008 is het mogelijk om deze jongeren in de gesloten jeugdzorg te behandelen.Voorafgaand aan de wetswijziging kon vanaf 2005 een aantal ‘gewone’ instellingen voor jeugdzorg ervaringen opdoen met het aanbieden van gesloten jeugdzorg. Het vandaag gepresenteerde onderzoek gaat over deze eerste ervaringen met gesloten jeugdzorg, dat inmiddels ook wel bekend staat als ‘Jeugdzorg Plus’.Voor ruim 300 onderzochte jongeren geldt dat zij een half jaar na behandeling over het algemeen goed weten te functioneren in de maatschappij. De meeste van deze jongeren zijn niet meer opgenomen in een instelling voor jeugdzorg, hebben goed contact met hun ouders, een goed sociaal netwerk en een goede dagbesteding. Ook gebruiken zij weinig drugs en hebben ze weinig politiecontacten. 80 procent van de jongeren scoort positief op de meeste sociale indicatoren. Deze jongeren deden het bij aanvang de hulpverlening op deze punten ronduit slecht.De aanpak in gesloten jeugdzorg bestaat uit het bieden van een leef- en woonklimaat waarin zowel stimuleren het bieden van warmte en ondersteuning aan jongeren als structureren disciplineren en het stellen van regels centraal staan.Jongeren voelen zich veilig in de leefgroep, de leefsfeer is voldoende, er is wekelijks een individueel gesprek tussen jongere en mentor en het contact met de begeleiders is positief. Bijna alle jongeren krijgen een aanvullende individuele behandeling en bij tweederde vindt een gezinsbehandeling plaats. Directe betrokkenheid van gezinsleden heeft een opvallend positief effect op de behandeling.De gemiddelde behandelduur in de onderzochte periode was elf maanden. De gedragsproblemen verminderen door de behandeling fors, evenals het delictgedrag en het alcohol- en drugsgebruik van jongeren.Op dit moment zijn er zestien instellingen voor gesloten jeugdzorg. Op basis van de uitkomsten bevelen de onderzoekers aan om in de verdere ontwikkeling van deze vorm van hulpverlening meer de gezinnen van de jongeren bij de behandeling te betrekken.Ook wijzen zij op het belang van het ontwikkelen van passend onderwijs en continuering daarvan in het nazorgtraject. Daarnaast zou de inzet van nazorg vanuit de instellingen moeten lopen en moet het pedagogisch klimaat in de leefgroep verder worden versterkt.

Via Goede resultaten met behandeling in gesloten jeugdzorg | Rijksoverheid.nl. kunt u meer documenten en publicaties over dit onderwerp terugvinden.



Geplaats op 26 Aug 2010

Ouders vinden opvoeden stressvol en vermoeiend. Ze zijn bang te falen. Eenderde van de vaders en moeders heeft weleens het gevoel tekort te schieten als ouder. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van het tijdschrift J/M, dat de resultaten morgen publiceert. Ongeveer 600 ouders met tenminste één kind in het basis- of voortgezet onderwijs werden door onderzoeksbureau Team Vier bevraagd over het ouderschap.Van die groep maakt 73 procent zich weleens zorgen over het gedrag en de ontwikkeling van hun kind (bijvoorbeeld over nare karaktertrekken, de omgang met leeftijdgenootjes en opeisend gedrag). Drie jaar geleden zei nog maar 58 procent zei zich zorgen te maken. Een nog groter deel (81 procent) is bezorgd over de wereld waarin hun kind opgroeit, en maakt zich dan vooral druk over de verharding van de samenleving en de toenemende agressie.

Nooit goed genoeg

Je kan het als ouder eigenlijk nooit goed genoeg doen, zo ervaart 60 procent het. ‘Het hyperouderschap rukt de afgelopen jaren echt op’, zegt Anne Elzinga, redacteur van J/M. ‘We geloven dat het leven van een kind maakbaar is. En ouders dichten zichzelf daarin een grote rol toe.’ Zo denken vaders en moeders een grote invloed te hebben op het zelfvertrouwen van hun kind (94 procent), zijn mogelijkheden om relaties op te bouwen (81 procent), schoolsucces (69 procent) en maatschappelijk succes (60 procent). Ruim eenderde denkt dat je als ouder kunt voorkomen dat je kind ongelukkig wordt.

Waarschuwingen

Elzinga: ‘Als je denkt dat je je kind kunt maken of breken, en ondertussen word je ook nog eens doodgegooid met waarschuwingen over wat allemaal mis kan gaan, is het niet zo gek dat je het ouderschap als zwaar ervaart.’ Inderdaad, zegt 88 procent van de ondervraagden, opvoeden is stressvol en vermoeiend.

Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht, plaatst wel een kanttekening bij het onderzoek. Volgens hem is de ‘opvoedingskramp’ een typisch verschijnsel van hoogopgeleiden. ‘Als je arm bent, spelen er minder vragen als: heeft mijn kind ADHD, geef ik hem wel genoeg aandacht? Andere problemen hebben dan voorrang.’

via Ouders in de stress over opvoeden – Binnenland – de Volkskrant.



Geplaats op 17 Aug 2010

Medewerkers van Bureau jeugdzorg leggen gegevens van de cliënt en haar hulpverleningstraject vast in een cliëntdossier. Peer3 heeft samen met medewerkers van Bureau Jeugdzorg een handboek cliëntdossier ontwikkeld. Dit handboek is bedoeld om medewerkers te ondersteunen bij de wijze waarop zij met de diverse onderwerpen die betrekking hebben op de opbouw en de beveiliging van het cliëntdossier moeten omgaan.

Het handboek voor medewerkers is opgebouwd volgens een vaste indeling. Per onderwerp staat een kernvraag geformuleerd die vervolgens door middel van een drietal vragen wordt uitgewerkt:

Wat moet ik weten?

Wat moet ik doen?

Hoe leg ik het vast?

Kernvragen zijn onder anderen: Wat moet ik weten over de wijze van registratie? Wat moet ik weten over de rechten van cliënten? Wat moet ik weten over archivering? Wat moet ik weten over de beveiliging van cliëntgegevens?

Voor meer informatie over het handboek cliëntdossier kunt contact met ons opnemen, zie onze contactgegevens.



Geplaats op 17 Aug 2010

De onderstaande brochure is geschreven voor medewerkers van de Centra voor Jeugd en Gezin, ZAT’s en Veiligheidshuizen, beleidsmedewerkers en bestuurders bij gemeenten en provincies en professionals van instellingen uit de drie sectoren onderwijs, zorg en veiligheid. Het is zeker geen blauwdruk of basismodel voor de samenwerking van Centra voor Jeugd en Gezin, de Zorg- en adviesteams en de Veiligheidshuizen. Het doel is te inspireren.

De brochure geeft een korte schets van de stand van zaken van de Centra voor Jeugd en Gezin, de Zorg- en adviesteams en de Veiligheidshuizen. Er wordt ingegaan op de doelen en de doelgroepen in de samenwerking, de werkprocessen en de wijze van informatieoverdracht. Daarbij wordt e.a. verduidelijkt aan de hand van drie praktijkvoorbeelden.

Jeugdketens sluitend verbinden



Geplaats op 17 Aug 2010

MOgroep Jeugdzorg bestaat om het werk van alle aangesloten jeugdzorginstellingen zo effectief en efficiënt mogelijk te maken. De MOgroep ondersteunt de organisaties in hun soms lastige werkgeversrol. En lobbyt voor betere zorgvoorwaarden bij de overheid. MOgroep Jeugdzorg behartigt daarmee de belangen van jeugdzorgorganisaties.

Via de onderstaande link kunt u het jaarverslag 2009 van de MOgroep lezen. Het geeft een aardig overzicht van de kwaliteitsslagen die reeds gemaakt zijn en die nog gemaakt kunnen worden binnen de jeugdzorg.

http://www.mogroep.nl/scrivo/asset.php?id=515235



Geplaats op 17 Jun 2010

De afgelopen maanden zijn wij op diverse manieren betrokken geweest bij het opstellen van projectplannen of het meedenken over trajectgerichte aanpak en financiering binnen de jeugdzorg. Bij het werken met zorgtrajecten heb je te maken met verschillende uitdagende ‘beren op de weg’. Hoe zit het netwerk rondom een jeugdige eruit? Met welke instanties heeft de jeugdige te maken? In hoeverre werken deze organisaties met elkaar samen? Wat is wenselijk? Hoe schat je in hoelang en dus hoe duur een hulpverleningstraject zal zijn? Hoe verloopt de financiering tussen de samenwerkende organisaties? etc… Het onderstaande document gaat in op de ontwikkelingen rondom zorgtrajecten in de jeugdzorg.

Startdocument ‘naar een volwassen sector jeugdzorgplus’



Geplaats op 08 Jun 2010

Jeugdzorg moet moderner

Jeugdzorg zou veel meer gebruik moeten maken van moderne communicatiemiddelen om jongeren te bereiken. Hulpverleners slaan steeds vaker aan het chatten of mailen, maar op 2.0-gebied valt er nog een flinke slag te maken. Dat zeggen Frank Schalken, directeur van Stichting e-hulp.nl en Marike van Gemert, deskundige op het gebied van online hulpverlening. Dit onderwerp staat vandaag centraal op de bijeenkomst Jeugdzorg 2.0 in Maarssen.Het internet biedt jongeren niet alleen een laagdrempelige manier om hun problemen te bespreken, soms kan het echt een uitkomst zijn. Schalken: “We hebben net een pilot afgerond waarin we kinderen die bij een pleeggezin zijn geplaatst via de webcam weer in contact brachten met hun biologische ouders. Zo hebben ze wel persoonlijk contact, maar is het minder belastend dan wanneer ze fysiek bij elkaar in de buurt zijn.” Het experiment is goed bevallen. “We zijn nu met het ministerie van Justitie in gesprek over zo’n zelfde pilot voor kinderen van gedetineerde moeders, voor wie een bezoek aan de gevangenis natuurlijk erg belastend is.”“Daarbij biedt internet ook de mogelijkheid nieuwe doelgroepen aan te boren”, zegt Van Gemerkt. “Allochtone jongeren kun je via fora goed bereiken.”

via Jeugdzorg moet moderner.



Geplaats op 18 May 2010

Steeds vaker vinden fusies plaats in de jeugdsector. Fusies zie je zowel tussen organisaties die werkinhoudelijk ver uit elkaar liggen, als ook tussen organisaties die hetzelfde werk doen, maar dan in een andere regio. Efficiëntie en kwaliteitsverbetering zijn vaak gehoorde argumenten voor een fusie.

De hoofdreden voor een fusie zou naar onze mening moeten zijn dat deze bijdraagt aan de organisatie van de zorgverlening rondom een jeugdige. Je kunt hierbij denken aan, minder gegevensverlies en tijdwinst bij overdracht. Onze conclusie is daarom dat de beste fusie, die is met een fusiepartner waarmee je ook samenwerkt in het traject van zorg die de jeugdige nodig heeft.

Hanne Peerenboom namens Peer3



Geplaats op 18 May 2010

Problemen worden vaak niet herkend bij jonge mantelzorgers. Mede daarom is er nauwelijks hulpverlening voor deze kinderen en jongeren. Mezzo en Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland vragen met de werkwijzer: ‘Opgroeien met zorg’ aan minister Rouvoet structureel beleid.

Een op de vier kinderen groeit op met de zorg voor een ziek of gehandicapt familielid. Zij lopen een groter risico later problemen te krijgen. Om hun ouders niet verder te belasten verbergen zij vaak hun eigen zorgen. Hulpverleners die in het gezin komen, moeten oog krijgen voor de zorgen van deze jonge mantelzorgers. Het probleem is dat hulp aan kinderen die zorgen overal anders is, als het er al is.

Visie en ervaring Peer3

Peer3 herkent bovenstaande problematiek. Wij zien de oplossing echter niet in het opzetten van steunpunten mantelzorg. De kans dat dit werkt lijkt ons klein omdat jongeren dan eerst zelf bespreekbaar moeten maken dat ze een probleem hebben en dan ook nog de stap naar hulp moeten zetten. Jonge mantelzorgers hebben er daarom veel meer aan als de hulpverlener die hun ouders helpt ook aandacht heeft voor hun. Ze moeten ten eerste goed geïnformeerd worden en ten tweede moet de gezonde ouder of andere betrokkenen in het gezin en de school actief betrokken worden bij de zorg voor deze kinderen. De hulpverlener van de zieke ouder zou hiervoor het initiatief moeten nemen. Zij zijn tenslotte degenen die het beste op de hoogte zijn van de consequenties en het verloop van een ziekte.

via Zorg en Welzijn – Platform voor sociale professionals – ‘Zorgen van jonge mantelzorgers worden niet gezien’.



Geplaats op 18 May 2010

Als de jeugd-ggz niet onder de gemeenten komt, zal de versnippering in de jeugdzorg blijven bestaan. Dat constateert de parlementaire werkgroep Jeugdzorg.

De werkgroep vindt het onbegrijpelijk dat het kabinet de psychische hulp aan jongeren autonoom wil houden. Daardoor kan deze sector langs de jeugdzorg heen blijven werken. Door gebrek aan samenwerking in de jeugdhulp ontberen kinderen vaak adequate en tijdige hulp.

Onderzoek

Dat zeggen twee werkgroepleden in het dagblad NRC. De parlementaire werkgroep van de Tweede Kamer deed afgelopen maanden onderzoek naar de hardnekkige problemen in de jeugdzorg. De werkgroepleden komen uit alle politieke partijen en presenteren hun eindrapport in mei.

Doorbreken

De keuze van minister Rouvoet voor vroege hulp dicht bij jongeren en gezinnen, steunt de werkgroep unaniem, zegt Kamerlid Dijsselbloem (PvdA) in het NRC. ‘Maar Rouvoet doorbreekt de verkokering niet. Hij laat de jeugd-ggz helemaal buiten schot. De werkgroep vindt dat de psychische hulp ook onder gemeentelijke verantwoordelijkheid moet komen.’

Dwingen

Volgens Kamerlid Van Toorenburg (CDA) kunnen gemeenten de jeugd-ggz dwingen niet alleen naar het probleemkind te kijken, maar ook naar zijn gezinssituatie. Anders dan het kabinet vindt de werkgroep verder dat de jeugdbescherming en jeugdreclassering geen gemeentelijke maar een rijksverantwoordelijkheid moeten zijn.

Complex

De gedwongen jeugdhulpverlening is nu een taak van de provincie. De werkgroep vindt het kabinetsvoorstel hierover te complex. Het kabinet wil dat gemeenten deze gedwongen hulp financieren, maar de uitvoering ervan mag niet door de Centra voor Jeugd en Gezin worden gedaan. Het kabinet wil het CJG laagdrempelig houden door vrijwillige en gedwongen hulpverlening te scheiden.

Ervaring Peer3

In de praktijk heb ik (Hanne) geregeld meegemaakt dat een ouder of een kind hulp kreeg via het ggz en dat er nauwelijks aandacht uitging naar het gezinssysteem. Soms is het zelfs moeilijk voor een kind om contact met zijn ouder te krijgen omdat het kind door de ouder niet als contactpersoon is opgegeven. Regelmatig hoorde ik van kinderen dat hun vader of moeder iets had, maar dat hun nooit echt vertelt is wat precies en hoe ze daarmee om moeten gaan. Gelukkig zijn er ook goede initiatieven zoals groepen en cursussen voor kinderen met ouders of broers en zussen in de psychiatrie. Helaas is dit een apart aanbod en is een gezinsgerichte benadering niet standaard. Uit de praktijk blijkt dat veel kinderen uit gezinnen waarvan de ouder lijdt onder psychiatrische – of verslavingsproblematiek, moeilijkheden op school of op sociaal vlak ondervinden. Dit kan liggen aan de gezinssituatie, maar natuurlijk ook aan de erfelijke aanleg van deze kinderen. Juist daarom zou er extra aandacht moeten zijn voor preventie bij deze risiscogroep.

Lees ook: Provincies moeten jeugdzorg overgeven aan gemeenten via Zorg en Welzijn – Platform voor sociale professionals – Werkgroep: ‘Jeugd-ggz onder verantwoordelijkheid gemeenten’.



Geplaats op 28 Apr 2010

IPO over kabinetsvisie jeugdzorg: stelselwijziging zonder oplossing van gebleken knelpunten

26-04-2010 – Het kabinet is onlangs met een visie gekomen over de zorg voor jeugd en gezin. De vraag is wat de status van deze visie is, omdat het Kabinet demissionair is, er verkiezingen in aantocht zijn en een nieuwe Tweede Kamer en het nieuwe Kabinet de koers voor de toekomst van de jeugdzorg zullen uitzetten. Daarop zouden we kunnen wachten. Tegelijk vinden we de kabinetsvisie zo zorgwekkend, dat we het beter achten wel te reageren.

De provincies hebben zich de afgelopen jaren zeer ingespannen om de jeugdzorg, althans dat deel waar zij over gaan, op een hoger plan te brengen: door inhoud te geven aan het recht op jeugdzorg, de doorlooptijden te verkorten, professionele methodieken in te voeren, meer jeugdigen tegen dezelfde middelen te helpen, de effectiviteit van de jeugdzorg te vergroten, enz.

De provincies zijn er niet per se op uit zelf over de jeugdzorg te kunnen blijven gaan, maar zijn er wel zeer op gebrand dat als er veranderingen worden aangebracht, er voldoende garantie bestaat dat daarmee de jeugdzorg werkelijk verbeterd wordt ten behoeve van jeugdigen en hun ouders/verzorgers. Het gaat dan, zoals uit de evaluatie van de Wet op de jeugdzorg blijkt, vooral om inhoudelijke verbeteringen.

Het kabinet stelt echter een zeer ingrijpende stelselwijziging voor, zonder dat daarmee de noodzakelijke verbeteringen worden gegarandeerd. De pregnantste knelpunten, zoals die blijken uit de evaluatie van de wet, worden niet opgelost en de winst van de afgelopen jaren dreigt teniet te worden gedaan.

Wel bevat de kabinetsvisie elementen waar de provincies zich achter kunnen stellen: versterking van preventie, vereenvoudiging van de indicatiestelling, meer vormen van ambulante hulp overhevelen naar de Centra van Jeugd en Gezin (CJG's; een gemeentelijke verantwoordelijkheid), vermindering van de bureaucratie, meer ruimte voor de professional, enz.Uitkomsten van het evaluatieonderzoek

Het evaluatieonderzoek maakt duidelijk dat met invoering van de Wet op de jeugdzorg en onder verantwoordelijkheid van de provincies belangrijke verbeteringen in de jeugdzorg zijn gerealiseerd:

- de vraag van de cliënt is veel centraler komen te staan;

- de ene toegang is gerealiseerd voor zover het de integratie betreft van vrijwillige toegang, Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, jeugdbescherming en jeugdreclassering, maar niet waar het gaat om de integratie van de toegang tot provinciale jeugdzorg, jeugd-LVG en jeugd-GGZ

- de indicatiestelling is kwalitatief verbeterd;

- integratie en samenhang vrijwillig kader en justitieel kader is gerealiseerd;

- verbeteringen in de jeugdbescherming zijn aangebracht (Beter Beschermd, Deltaplan gezinsvoogdij, Samenwerking in de keten);

- de doorlooptijden zijn sterk teruggedrongen;

- er worden meer cliënten tegen dezelfde middelen geholpen;

- de verbetering van de aansluiting tussen de bureaus jeugdzorg met de CJG's en de ZAT's is in volle gang;

- de samenwerking tussen gemeenten en provincies is verbeterd.

Daar staat tegenover dat de evaluatie ook duidelijk maakt dat aanpassing in het huidige stelsel van jeugdzorg en lokaal jeugdbeleid noodzakelijk is om de centrale doelstellingen van de wet volledig te realiseren:

- integrale toegang tot het provinciale zorgaanbod, de jeugd-LVG en de jeugd-GGZ en integraal zorgaanbod van deze drie sectoren alsnog te realiseren;

•- te strakke indicatiestelling voor met name ambulante jeugdzorg;

•- te gedetailleerde in plaats van een meer globale indicatiestelling;

•- onvoldoende omvang van ambulante zorg op het snijvlak van vrij toegankelijke en geïndiceerde jeugdzorg;

•- vragen bij de wijze waarop het recht op jeugdzorg is vormgegeven;

•- de juiste prikkels tussen de verschillende financieringssystemen ontbreken.

Eerder hebben de provincies in de IPO-position paper Jeugdzorg al kenbaar gemaakt achter veranderingen te staan die jeugdigen en ouders direct ten goede komen. De provincies staan pal achter de inzet van het kabinet om de preventie (gemeentelijke verantwoordelijkheid) te versterken en maximaal gebruik te maken van de mogelijkheden die er bij gezinnen, familie en kennissen bestaan om zelf het hoofd te bieden aan de problemen. Een trendbreuk is nodig om de groei in de vraag naar gespecialiseerde jeugdzorg te beperken, zodat deze voor jeugdigen die daarop zijn aangewezen, voldoende beschikbaar blijft. De huidige praktijk van indicatiestelling moet worden vereenvoudigd, onder meer door de wettelijke eisen hieraan te vereenvoudigen en meer vormen van ambulante jeugdhulp kunnen naar de Centra voor Jeugd en Gezin (gemeenten). Ook is van belang dat de bureaucratie wordt verminderd en er meer ruimte komt voor professionals om hun werk naar eigen inzicht te doen.

vervolg van dit artikel via 26-04-2010: IPO over kabinetsvisie jeugdzorg: stelselwijziging zonder oplossing van gebleken knelpunten – Interprovinciaal Overleg (IPO).



Geplaats op 28 Apr 2010

We blijven de jeugdzorg maar verbouwen

vrijdag 23 april 2010 | 10:40

En wéér ligt er aan het eind van een kabinetsperiode een indringend stuk over de jeugdzorg.

Nu onder de titel 'Perspectief voor jeugd en gezin'. Met vele behartigenswaardige ideeën.

Minister André Rouvoet kiest voor een betere ondersteuning in de buurt, voor betere kwaliteit van beroepsbeoefenaren, minder negatieve prikkels, meer samenhang en een betere dienstverlening aan gezinnen die professionele zorg nodig hebben. Tot zover niets dan goeds.

Toch begrijpen we niet dat deze doelen bereikt moeten worden door het stelsel opnieuw en indringend te veranderen. Want wat Rouvoet voorstelt is niet niks:

-Alle zorg naar gemeenten;

-Gemeenten moeten gaan samenwerken in regio's

-Provincies worden uit het bestel gehaald

-Het rijk financiert geen voorzieningen meer

-Een grotere waterscheiding tussen gedwongen en vrijwillige hulp.

Dit alles zou in 2016 zijn beslag moeten krijgen. Dus weer gaan we 5 jaar verbouwen aan het stelsel van voorzieningen voor jeugd met problemen.

Al sinds de jaren '70 wordt er verbouwd aan de jeugdhulpverlening. Voorzieningen zijn teruggehaald van gemeenten en van het ene naar het andere ministerie overgeheveld. Daarna zijn delen van jeugdzorg bij de provincie terechtgekomen. Wat aan het eind van deze kabinetsperiode opvalt is dat er meer voorzieningen (bureaus jeugdzorg en centra voor Jeugd en Gezin) zijn dan ooit. De overzichtelijkheid is afgenomen en de maatschappelijke resultaten blijven sterk achter ondanks flinke financiële injecties. De jongeren en hun ouders raken nog steeds de weg kwijt in dit complexe en kostbare stelsel. We zijn een rijk land, we kunnen het ons blijkbaar permitteren…

Als de plannen van demissionair minister Rouvoet doorgaan, komt de zoveelste verbouwing eraan. Jeugdzorginstellingen hebben opnieuw te weinig tijd en aandacht over voor hun hoofdtaak. Men wordt in de jeugdzorg gek van een overheid die elke vier jaar met nieuwe verbouwingsplannen komt. We hebben het nog maar niet over de regiovorming die moet ontstaan om deze verbouwing mogelijk te maken. Wij vrezen veel gepraat en nog meer papier. En de stapel rapporten is al zo groot!

Samen hebben we enige jaren geleden de Brabantse jeugdzorg meegenomen naar de VS. Daar is -evenals in vele andere landen- gekozen voor een volstrekt andere benadering. Daar kiezen ze niet voor steeds terugkerende stelselveranderingen, maar om te sturen als overheid. Ze stellen vast wat de bevolking wil en nodig heeft, leggen dit vast in meerjarige doelstellingen. Jaarlijks meten ze of alle relevante partijen bijdragen aan de ontwikkeling van de democratisch vastgestelde doelstellingen. Hierover rapporteren ze aan de gekozen organen en aan de bevolking. In simpele duidelijke taal die iedereen begrijpt. Kan dat werken dan? Wij hebben samen met de Brabantse instellingen gezien dát het werkt. We bezochten het platteland van Amerika, de staat Vermont, waar gewerkt wordt met acht doelstellingen in de sociale sector en met een duidelijk stelsel van meetbare indicatoren. Met alle betrokken instellingen (van gevangenis tot buurtwerker) is afgesproken dat zij zich houden aan die doelstellingen. De professionals hebben de vrijheid om alles te proberen, om de doelstellingen te halen.

Is dat niet mooi, een overheid die op strikte voorwaarden geld geeft en vervolgens controleert of het vooruit gaat en professionals die hun vak mogen beoefenen? Vermont is hier nu 20 jaar mee bezig en ziet jaarlijks vooruitgang. Ieder jaar zijn er minder kindermishandelingen, tienerzwangerschappen, schooldropouts en jeugdige werklozen. Het lijkt een wonder, maar het is waar: simpel is beter.

We bezochten ook Kansas City, een grote stad in de Mid West. Een lokale uitvoeringsgroep geeft hier invulling aan dezelfde aanpak. Meer dan 25 van de beste mensen in de stad, van kerkleider tot ondernemer, helpen mee om de vastgestelde doelstellingen uit te halen. Opnieuw met groot succes . Bij elke activiteit proberen ze om 'low-cost' oplossingen te verzinnen.

Zo wordt er bijvoorbeeld opvoedingsvoorlichting gegeven in kapsalons in slechte wijken. Moeders die toch enige uren onder de droogkap zitten, krijgen informatie over opvoeding!

Naar aanleiding van deze reis zijn er initiatieven ontstaan in onder meer Tilburg en Best om dit model toe te passen in de lokale samenleving. De provincie ondersteunt deze initiatieven. In Tilburg en Best is gesproken met de bevolking om na te gaan wat er in hun wijk nodig is; wat zijn hun wensen en wat verwachten ze van de gemeente en de publieke instellingen? Tilburg heeft bijvoorbeeld in zijn wijkimpuls gekozen voor een geconcentreerde aanpak : vijf wijken, drie doelstellingen, tien jaar. Geen grote reorganisaties, wel de uitdrukkelijke wens dat activiteiten die lopen of worden ontwikkeld, bijdragen aan de gekozen doelstellingen.

Als ze niet bijdragen, dan moeten andere activiteiten bedacht worden. Opvallend was dat burgers veelal andere dingen verwachten dan waar overheidsinstellingen van uitgaan. Ook in Tilburg meten ze de vooruitgang en wordt er in de gemeenteraad verantwoording afgelegd.

Kan het dan toch anders in Nederland? Niet weer een verbouwing maar politiek leiderschap tonen, sturen op de publieke sector met heldere doelstellingen en verantwoording afleggen over de resultaten.

Wie gaat de uitdaging aan?

via We blijven de jeugdzorg maar verbouwen – Mening – Brabants Dagblad.



Geplaats op 14 Apr 2010

Provincies: aantal jongeren in gespecialiseerde jeugdzorg onverantwoord

22-01-2010 – De twaalf provincies, verenigd in het Interprovinciaal Overleg (IPO), kiezen positie in het debat over de jeugdzorg. Provincies willen dat de juiste hulp snel wordt geboden aan kinderen die dat nodig hebben. Er blijft echter een groeiende vraag naar gespecialiseerde jeugdzorg. ‘Het is maatschappelijk onverantwoord dat zoveel jongeren gespecialiseerde jeugdzorg nodig hebben. We moeten ze in een eerder stadium helpen, zodat ze er niet onnodig terechtkomen' zegt John Bos, IPO-bestuurder. De provincies willen daarom dat de positie van ouders en gemeenten versterkt wordt. Ook vinden zij dat zij een belangrijke rol hebben als regisseur van de samenwerking tussen partijen die zich bezig houden met de jeugdzorg. Lees meer >

Brieven: Position paper provincies 22 januari 2010

via Interprovinciaal Overleg (IPO) – Dossier Sociaal beleid en Zorg.



Geplaats op 14 Apr 2010

Visie op knelpunten jeugdzorg (09-04-2010 nieuwsbericht rijksoverheid)

Het kabinet presenteert een visie om ouders en kinderen te helpen gezond en veilig op te voeden en op te groeien. In deze visie ligt de bestuurlijke verantwoordelijkheid op termijn bij gemeenten.Het kabinet geeft in de visie oplossingen voor de hardnekkige knelpunten die naar voren kwamen in de evaluatie van de Wet op de jeugdzorg. Het volgende kabinet en de nieuwe Tweede Kamer kunnen deze gebruiken om besluiten te nemen.Bestuurlijke verantwoordelijkheidIn de kabinetsvisie komt de bestuurlijke verantwoordelijkheid op termijn bij gemeenten te liggen. Zij kunnen hulp en zorg aan ouders en jongeren in de buurt organiseren.Het Centrum voor Jeugd en Gezin wordt de spil van alle hulp en zorg voor de jeugd. Dit centrum geeft antwoord op opvoedvragen en geeft lichte hulp. Dit moet de eigen kracht van de gezinnen versterken. Voor zwaardere zorg schakelt het centrum specialisten in.Tijdens een overgangsperiode van enkele jaren moeten gemeenten voldoende expertise en kwaliteit opbouwen om hun nieuwe verantwoordelijkheid te dragen. Het geld voor jeugdzorg gaat dan uiteindelijk rechtstreeks naar gemeenten.Omdat de meeste gemeenten te klein zijn voor specialistische taken, moeten zij samenwerken op de schaal van GGD-regios.Indicatie voor zorgJongeren en gezinnen moeten nu ook voor lichtere vormen van zorg wachten op een indicatie van bureau jeugdzorg. Daar komt een einde aan. Wat jongeren nodig hebben, kan in korte tijd veranderen. Hulpverleners moeten dan direct kunnen beginnen.

Kwaliteit en professionaliteit

De kwaliteit en de professionaliteit in de jeugdzorg kan worden verbeterd met bijvoorbeeld meer onderzoek, betere opleiding en bijscholing en een accreditatiesysteem voor zorgaanbieders.Ook komen er maatregelen om de geestelijke gezondheidszorg en de jeugdzorg beter te laten samenwerken.

Rapport_Werkgroep_toekomst verkenning jeugdzorg

via Visie op knelpunten jeugdzorg | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl.



Geplaats op 31 Mar 2010

Jongeren slecht gehoord in de jeugdzorg

9 maart 2010

Ik zou willen dat ze mijn naam kenden

Jongeren voelen zich weinig serieus genomen door de jeugdzorg. Dat blijkt uit onderzoek van Defence for Children naar de ervaringen van jongeren met de jeugdzorg. Zo vindt 62% dat ze niet goed geïnformeerd zijn over de beslissingen die jeugdzorg voor hen kan nemen. Ook geeft 71% aan dat de gezinsvoogd niet goed bereikbaar is en zegt 60% niet met een deskundige te hebben gesproken voordat hij of zij uit huis werd geplaatst. Het onderzoek is op dinsdag 9 maart 2010 aangeboden aan Tweede Kamerlid Pierre Heijnen, voorzitter van de werkgroep Toekomstverkenning jeugdzorg.

Uit het onderzoek van Defence for Children blijkt dat er nog weinig aandacht is voor de mening van jongeren in de jeugdzorg. Zo schrijft een van de jongeren:”ik zou willen dat je wat meer inspraak hebt als jongere, soms kan het niet dat snap ik, maar het zou fijn zijn als er wel serieus naar geluisterd wordt, of het in ieder geval in overweging genomen wordt.” Ook kan er nog veel verbeteren in de communicatie tussen de gezinsvoogden en de jongeren. Ruim 70% van de jongeren geeft aan dat de gezinsvoogd niet altijd goed bereikbaar is. Hierover schrijft een jongere: “ik zou de gezinsvoogd een assistent geven zodat er altijd iemand aanwezig is die naar je luistert en er voor je is.” Tevens geven de jongeren aan dat ze zouden willen dat de gezinsvoogd de naam van de jongeren kent en gemaakte afspraken nakomt. Zo schrijft een van de jongeren: “Als ik Minister Rouvoet zou zijn dan zou ik ervoor zorgen dat de voogden vaker komen en op tijd zijn. Ook zou ik zorgen dat ze een keer met je weg gaan en je naam goed leren.”

Volgens Defence for Children kan de hulpverlening alleen effectief zijn als deze aansluit bij de behoeften en belevingswereld van de kinderen. Daarom is ook vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind dat alle kinderen het recht hebben om gehoord te worden bij alle beslissingen die hen aangaan. Ook bij het opstellen van beleid dat van belang is voor kinderen moeten zij worden betrokken. Defence for Children pleit dan ook voor een versterking van de participatie van jongeren in de jeugdzorg.

Lees hier het hele rapport.

via ECPAT / DCI – Jongeren slecht gehoord in de jeugdzorg | willen | mijn | naam | kenden | jongeren | slecht | gehoord | jeugdzorg | wereldwijd | actief | rechten | kind | ecpat | defence.



Geplaats op 24 Mar 2010

Wachtlijsten jeugdzorg met 70 procent gedaald

DEN HAAG (ANP) – De wachtlijsten in de jeugdzorg zijn afgelopen twee jaar met ruim 70 procent teruggelopen. Sinds begin 2008 is het totale aantal jongeren dat langer dan negen weken wacht op zorg gedaald van ongeveer zesduizend tot 1800 kinderen eind 2009. Van deze groep kregen 1083 jongeren nog een vorm van 'overbruggingszorg' in afwachting van de hulp die ze nodig hebben. Eind 2009 stonden 720 kinderen zonder deze tijdelijke zorg op de wachtlijst.

Dat heeft demissionair minister André Rouvoet (Jeugd en Gezin) dinsdag bekendgemaakt. Hij constateerde dat ,,veel gepresteerd'' is door provincies en gemeenten in het wegwerken van de wachtlijst. Dat de wachtlijsten niet helemaal zijn weggewerkt, komt volgens hem doordat tegelijkertijd het beroep op de jeugdzorg sterker is gegroeid dan verwacht.

via Wachtlijsten jeugdzorg met 70 procent gedaald – Trouw.



Geplaats op 15 Mar 2010

Interessant nieuws dat veel raakvlakken heeft met de onderstaande projecten van Peer3:

Ketensamenwerking en trajectgerichte aanpak in de (jeugd)zorg.

Plaatsingscoördinatie gesloten jeugdzorg.

Brief aan de Kamer over gesloten jeugdzorg

Gepubliceerd op: 10 maart 2010

De Algemene Rekenkamer heeft een verkenning uitgevoerd naar de gesloten jeugdzorg. We hebben in deze verkenning vooral gekeken naar de samenhang (instroom, doorstroom en uitstroom) tussen de gesloten jeugdzorg en de andere jeugdzorgvoorzieningen.

Brief aan de Kamer

Download Brief aan de Kamer over gesloten jeugdzorg

Download de infographic over knelpunten in de jeugdzorg

via Brief aan de Kamer over gesloten jeugdzorg – Algemene Rekenkamer.



Geplaats op 08 Mar 2010

In de jeugdzorg wordt veel geregistreerd. Soms omdat hulpverleners dit zelf willen, maar vaak ook omdat het management, de provincie of het ministerie hierom vragen. Peer3 begeleidt momenteel een traject om tot een registratieprogramma te komen voor de nieuw ingerichte plaatsingscoördinatiepunten gesloten jeugdzorg. Uitgangspunt hierbij is dat het programma ondersteunend werkt aan de werkprocessen en bij voorkeur aansluit bij registratieprogramma’s die reeds in de keten in gebruik zijn. Software ontwikkelaars laten weten dat alles op het gebied van techniek mogelijk is. De vraag is echter welke functionaliteiten door de mensen van de werkvloer als nuttig ervaren worden. Binnen de kaders van de wet wordt gekeken naar mogelijkheden om over te gaan tot digitale data communicatie. Zou het niet mooi zijn als noodzakelijke gegevens van een jeugdige met een druk op de knop van het ene systeem in het andere systeem geporteerd kunnen worden? Hoeveel tijd zou hiermee bespaard kunnen worden? Dit zijn leuke en uitdagende vragen. De antwoorden zouden breed in de jeugdzorg benut kunnen worden bij vragen rondom één cliëntdossier en/of digitale data communicatie tussen partners in de keten van zorg aan jeugdigen.



Geplaats op 08 Mar 2010

Enkele maanden geleden is er binnen een bureau jeugdzorg een nieuwe afdeling opgericht. De ontwerp- en implementatiefase zijn echter niet goed verlopen, waardoor na enkele maanden veel onduidelijkheid is ontstaan over wie wat doet en wie waarvoor verantwoordelijk is. Partners die met elkaar zouden moeten samenwerken, komen er onvoldoende goed uit omdat ze geen gemeenschappelijk gedragen kader hebben. Peer3 heeft op verzoek van dit bureau jeugdzorg een analyse gemaakt van de situatie, waarna zij een plan van aanpak heeft opgesteld van hetgeen er moet gebeuren om deze afdeling alsnog succesvol in te richten.

Kern van het probleem is dat het ontwerp en de implementatie van de afdeling volledig door en onder verantwoordelijkheid van een externe projectleider heeft plaatsgevonden. De afdeling was hierdoor een op zichzelf staande eenheid en sloot onvoldoende aan bij de reeds bestaande werkprocessen en ideeën van de organisatie. Peer3 is van mening dat je niet alleen werkt voor de opdrachtgever, maar vooral ook samen met de opdrachtgever. In de uitvoering van het projectplan om deze afdeling opnieuw in te richten wordt expliciet gewerkt vanuit deze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het aantrekken van externen is soms nodig om nieuwe ontwikkelingen tijdig te kunnen vertalen naar werkprocessen, maar inzet van externen zou zo kort als nodig moeten zijn. Hierdoor blijft er meer geld over om in te zetten aan de zorg voor jeugdigen.



Geplaats op 08 Mar 2010

Veel van de jeugdigen die te maken hebben met (jeugd)zorg, krijgen in die periode te maken met verschillende aanbieders van zorg. Enkele aanbieders van gesloten jeugdzorg in Nederland hebben de wens uitgesproken om in hun zorggebied tot een soepele ketensamenwerking en trajectgerichte aanpak te komen. Doel is om jeugdigen met ernstige gedragsproblemen adequaat te helpen, waarbij het uitgangspunt is dat de behandeling in de gesloten jeugdzorg zo kort mogelijk en zo intensief als noodzakelijk is. De instellingen voor gesloten jeugdzorg zijn zich bewust dat deze jeugdigen voorafgaand en na de opname in hun voorziening binnen andere sectoren behandeld zijn of doorbehandeld moeten worden. Goede aansluiting bij instellingen binnen o.a. de LVG, GGZ en Jeugdzorg sector is daarbij onontbeerlijk.

Vanuit Peer3 doen wij onderzoek naar de mogelijkheden om de ketensamenwerking en trajectaanpak in het betreffende zorggebied te optimaliseren. Dit onderzoek leidt tot een advies en plan van aanpak dat moet resulteren in samenwerkingsafpraken met partners in de keten. Uitgangspunt is dat aanbieders van zorg elkaar aanvullen en elkaar kunnen benutten.

Via deze link vindt u een overzicht van de knelpunten in de jeugdzorg, ontwikkeld door de Algemene Rekenkamer.



Geplaats op 08 Mar 2010

Door Berthe Peerenboom

Eind september 2010 ben ik begonnen als projectleider voor het project plaatsingscoördinatie gesloten jeugdzorg voor het zorggebied Oost. Het zorggebied Oost bestaat uit drie bureaus jeugdzorg (Flevoland, Overijssel en Gelderland) en drie JeugdzorgPlus-aanbieders OGHeldring, Rentray en Evenier (voorheen Harreveld). Deze zes partijen hadden de opdracht om er met elkaar voor te zorgen dat kinderen waarvoor de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdzorg had afgegeven toegeleid zouden worden naar een plek die past bij hun problematiek. Onder mijn begeleiding is er een samenwerkingsprotocol opgesteld en zijn werkprocessen ontworpen. Na de ontwerpfase heb ik personeel aangetrokken, ingewerkt en is de plaatsingscoördinatie volgens planning op 01-01-2010 succesvol van start gegaan door middel van de inrichting van een plaatsingscoördinatiepunt bij Bureau Jeugdzorg Gelderland. Ik begeleid momenteel het implementatieproces en draag zorg voor de inbedding van deze nieuwe afdeling binnen de organisatie Bureau Jeugdzorg Gelderland.

De samenwerking buiten de provincie grenzen heb ik in dit project als bijzonder ervaren. Drie Bureaus jeugdzorg en drie zorgaanbieders die met elkaar een nieuwe afdeling vorm geven en hiermee vertrouwen in elkaar uitspreken.



Geplaats op 21 Feb 2010

Bij de verwijsindex risicojeugd is het belangrijk dat alle deelnemende instellingen achter het gezamenlijke doel staan. Dit doel zal veelal een vroegere signalering en een verbeterde samenwerking en afstemming zijn.

De verschillende instellingen en hun medewerkers zullen gemotiveerd moeten zijn om te investeren in de verwijsindex risicojeugd (VIR). Om ouders en jeugdigen goed te kunnen informeren over de VIR en toestemming te krijgen om een signaal af te geven, moet je als medewerker goed weten waar je het over hebt. Scholing over VIR speelt daarom een grote rol.

Verder is het van belang dat er, nadat er een signaal is afgegeven, ook een reactie volgt van andere betrokkenen. Het werkt pas als alle instellingen en medewerkers actief deelnemen. Wanneer de VIR wordt ondersteund door casusregisseurs en gemeentelijk- en instellingsbeleid is de kans van slagen groter. Daarmee bedoel ik dat er niet alleen extra tijd nodig is, maar ook een ondersteunend registratieprogramma en een duidelijke protocol.

Casusregisseurs spelen een belangrijke rol bij de casusoverleggen. Zij zorgen ervoor dat het casusoverleg tot stand komt en dat er tijdens een casusoverleg duidelijke afspraken worden gemaakt. Zij kunnen vervolgens de gemaakte afspraken monitoren.

Uiteindelijk zal het in de gehele jeugdzorgketen de kwaliteit en de efficiëntie van de zorg verbeteren. Wanneer alle deelnemers daarvan overtuigd zijn zal het belang van de jeugdige boven het eigen belang of het belang van de organisatie gaan staan. En dat is toch wat we allemaal willen?

Persoonlijk is mijn ervaring met de VIR positief. Verschillende jeugdigen zijn sneller en beter geholpen door met elkaar samen te werken en afspraken te maken. Overigens is mijn ervaring dat het een meerwaarde heeft als ouders en jeugdigen zelf aanwezig zijn bij het casusoverleg.

Deze praktische ervaring gecombineerd met onze kennis van implementatieprocessen maakt dat Peer3 in staat is om gemeentes en instellingen te begeleiden bij de implementatie van de Verwijsindex Risicojeugd.

Kijk voor meer informatie over de verwijsindexrisicojeugd op www.verwijsindex.nl



Geplaats op 17 Feb 2010

Door Berthe Peerenboom

Voordat ik met mijn twee zussen de maatschap Peer3 oprichtte, heb ik gewerkt bij de afdeling Spoedeisende Zorg van Bureau Jeugdzorg Gelderland. Ik ben betrokken geweest bij de oprichting van de afdeling, de implementatie en het ontwerp van de werkprocessen. Als teamleider van de afdeling heb ik een goed samenwerkingsverband kunnen opzetten met de provinciale aanbieders van jeugd- en opvoedhulp. Dit samenwerkingsverband staat nu landelijk bekend als ‘het Gelders Model’ en dient als voorbeeld voor veel andere afdelingen spoedeisende zorg. In de werkwijze stond het belang en de veiligheid van jeugdigen voorop. De inspectie jeugdzorg was onder de indruk van de kwaliteit van werken en concludeerde dat niet de bureaucratie, maar het kind centraal stond op deze afdeling. Ik ben trots op datgene wat ik daar, samen met mijn medewerkers en samenwerkingspartners heb neer kunnen zetten. Na de positieve conclusie van de inspectie heb ik besloten dat ik mijn kennis en capaciteiten elders in de jeugdzorg wil inzetten. Door dit te doen met mijn twee zussen, bundelen we onze kennis en expertise waardoor we in staat zijn om klanten van begin (preventie) tot eind (gesloten jeugdzorg) te adviseren.



Geplaats op 16 Feb 2010

Momenteel werkt Peer3 aan de ontwikkeling van beleid met betrekking tot het cliëntdossier voor een Bureau Jeugdzorg. Aandachtspunten voor dit beleid zijn:

  • De definitie van een (cliënt)dossier
  • Zorgvuldige registratie in het cliëntdossier, gedragscode voor een goede registratie
  • De opbouw van het dossier
  • Informatiebeveiliging en de rol van medewerkers hierbij
  • Informatie uitwisseling met derden
  • Archivering en bewaartermijnen

Het privacy-reglement en de daaruit voortvloeiende rechten en plichten van de jeugdige, (stief- of pleeg) ouders, ketenpartners en Bureau Jeugdzorg zelf vormen het uitgangspunt van het cliëntdossierbeleid. U kunt via deze link het hele privacy-reglement lezen.

Daarnaast is er in een volgende fase van het project aandacht voor de digitalisering van het dossier en de mogelijkheid om cliënten digitaal toegang te verschaffen tot hun dossier.


Geplaats op 16 Feb 2010

Door Hanne Peerenboom

Als jeugdverpleegkundige nam ik deel aan een project over ziekteverzuimbegeleiding van jeugdigen. Het doel van dit project was te onderzoeken of het toepassen van een ziekteverzuimprotocol het ziekteverzuim zou kunnen verminderen. In dit project heb ik het ziekteverzuimprotocol opgesteld samen met de ketenpartners. De ketenpartners waren de school, de leerplicht ambtenaar en de GGD arts/verpleegkundige. Bij ziekteverzuimbegeleiding is het van belang dat alle ketenpartners, ouders/verzorgenden en de jeugdige, samenwerken en achter het gezamenlijk belang staan. In geval van ziekteverzuim is het gezamenlijk belang dat de jeugdige weer naar school kan en een diploma kan behalen. Het ontwikkelde ziekteverzuimprotocol is uiteindelijk ingevoerd in de gemeente Eindhoven. Ook in een aantal omliggende gemeentes wordt het ziekteverzuimprotocol gebruikt.

Door deze projectervaring heb ik kennis opgedaan over veranderingsprocessen. Tijdgebrek, geldgebrek en tegenstrijdige belangen zijn allemaal aan de orde geweest. De uitdaging is juist dan om het gezamenlijk belang centraal te zetten en van daaruit goede samenwerkingsafspraken te maken. Deze vaardigheid is de kracht van Peer3 en kan in verschillende veranderingsprocessen worden ingezet.



Geplaats op 07 Feb 2010

Welkom op onze geheel nieuwe site. Via deze nieuwsberichten zullen wij u informeren over onze lopende projecten. Ook kunt u hier onze reactie lezen op actuele thema’s en nieuwsberichten ten aan zien van jeugdbeleid. Wij nodigen u van harte uit om te reageren via de link “reactie” die u onderaan ieder nieuwsbericht vindt.



Copyright © PEER 3 2019 | Webdesign& Realisatie : DO IT-online